Overslaan naar inhoud

Hoe sluit ik een aardlekschakelaar of automaat aan?

Het verschil tussen aardlekschakelaar, aardlekautomaat en installatieautomaat, de typekeuze (A, F of B).
10 juni 2026 in
Hoe sluit ik een aardlekschakelaar of automaat aan?

Je opent de groepenkast en ziet drie soorten modules naast elkaar op de DIN-rail klikken: de aardlekschakelaar, de installatieautomaten en steeds vaker de aardlekautomaat. Voor de ervaren installateur gesneden koek, maar de vraag die wekelijks terugkomt is dezelfde: welke hoort waar, en hoe sluit je ze foutloos aan?

Het fysieke aansluiten is eerlijk gezegd het makkelijke deel. De keuze daarvoor bepaalt of je installatie klopt: type A, F of B, een losse aardlekschakelaar met vier groepen erachter of een aardlekautomaat per groep. Precies die keuze blijft in de meeste stappenplannen onderbelicht.

NEN 1010 schrijft voor dat in woningen elke eindgroep met wandcontactdozen beveiligd is met een aardlekschakelaar van 30 mA. Die 30 mA is geen willekeurig getal: het is de grens waaronder een lekstroom je hart niet stillegt. Daarnaast geldt de praktijkregel van maximaal vier groepen achter een enkele aardlekschakelaar.

Hieronder zetten we eerst de drie componenten naast elkaar, leggen we de typekeuze uit die je echt moet snappen, en lopen we het aansluiten stap voor stap door met een aansluitschema. Daarna helpt een keuzehulp je in dertig seconden aan het juiste type, en volgen de fouten die we in de praktijk het vaakst voorbij zien komen. 

Drie componenten, drie taken

Aardlekschakelaar, installatieautomaat en aardlekautomaat lijken op elkaar omdat ze allemaal op dezelfde DIN-rail zitten, maar ze beschermen tegen verschillende dingen. Wie het verschil scherp heeft, maakt nooit meer de verkeerde keuze in de kast.

Aardlekschakelaar (ALS / RCD)

Beschermt mensen

Meet of er stroom weglekt, bijvoorbeeld via een mens naar aarde.

Schakelt uit bij een lekstroom vanaf 30 mA

Beschermt een tot maximaal vier groepen tegelijk. Geen bescherming tegen overbelasting of kortsluiting.

Installatieautomaat (MCB)

Beschermt de kabel

De moderne opvolger van de smeltzekering, in de volksmond de automatische zekering of stop.

Schakelt uit bij overbelasting en kortsluiting

Zet die ene groep af. B-karakteristiek is standaard in woningen, C voor hoge inschakelstromen.

Aardlekautomaat (RCBO)

Doet allebei

Een aardlekschakelaar en installatieautomaat gecombineerd in een module.

Beschermt tegen lekstroom, overbelasting en kortsluiting

Bij een fout valt alleen die ene groep uit, niet de rest van je huis. Steeds vaker de standaard.

Kort samengevat: een aardlekautomaat is een aardlekschakelaar plus installatieautomaat in een behuizing. Het grote voordeel is dat een storing op een groep niet meteen drie andere groepen meeneemt. Daarom kiezen wij bij nieuwbouw en renovatie inmiddels standaard voor een aardlekautomaat per groep. Bekijk hiervoor ons assortiment aardlekautomaten van Chint, Noark en Eaton.

Type A, F of B: dit is de keuze die telt

Een aardlekschakelaar heeft een gevoeligheid (de 30 mA voor persoonsbeveiliging, 300 mA wordt gebruikt tegen brandgevaar) en een type. Dat type bepaalt welke vormen van lekstroom hij kan detecteren. Kies je verkeerd, dan hangt er een aardlek in de kast die in het slechtste geval niet afschakelt wanneer het moet. Dit is het punt dat in vrijwel elk stappenplan ontbreekt.

Type AC, verouderd

Detecteert alleen zuivere wisselstroom-lekstroom.

Niet meer toepassen. In Nederland vervangen door minimaal type A.

Type A, de standaard

Detecteert wisselstroom plus pulserende gelijkstroom.

De norm in woningen: verlichting, wandcontactdozen, witgoed.

Type F

Detecteert type A plus hoogfrequente lekstroom.

Frequentiegeregelde apparaten: moderne wasmachine, warmtepomp, airco met inverter.

Type B

Detecteert type A en F plus gladde gelijkstroom.

Laadpalen, PV-omvormers zonder galvanische scheiding, driefase frequentieregelaars.

De belangrijkste valkuil zit bij laadpalen. Een laadpaal kan gladde gelijkstroom-lekstroom veroorzaken, en die maakt een type A in feite blind. Daarom geldt: type B, tenzij de laadpaal zelf een ingebouwde gelijkstroom-lekstroomdetectie van 6 mA heeft (RDC-DD volgens IEC 62955). In dat geval volstaat een type A achter de paal. Veel moderne palen uit ons laadpaal-assortiment hebben die detectie aan boord, wat je een dure type B bespaart.

Zo sluit je een aardlekschakelaar aan in de groepenkast

Eerst spanningsloos. Werken in een groepenkast doe je altijd met de spanning eraf. Zet de hoofdschakelaar uit en controleer met een spanningzoeker of multimeter dat er daadwerkelijk geen spanning meer staat (NEN 3140). Twijfel je over je kennis? Laat het over aan een vakman. De stappen hieronder zijn voor de installateur die weet wat hij doet.

Onderstaand schema toont een standaard 1-fase opstelling: van de voeding via de hoofdschakelaar naar een 2-polige aardlekschakelaar, en daarachter de installatieautomaten die elk een groep voeden.

Fase (bruin) Nul (blauw) Aarde (geel/groen)
Voeding 230V
vanaf de kWh-meter
Hoofdschakelaar (2-polig)
schakelt fase en nul samen af
Aardlekschakelaar 30 mA (2-polig)
fase en nul lopen er allebei doorheen, met testknop T
Automaat B16
Groep 1
Automaat B16
Groep 2
Automaat B16
Groep 3

De fase loopt via een kamrail langs de automaten. De nul van elke groep gaat terug naar het nul-verdeelblok dat bij deze aardlekschakelaar hoort. De aarde gaat rechtstreeks naar de aardrail, niet door de aardlekschakelaar.

Stap voor stap (1-fase, 2-polige aardlekschakelaar)

  1. Maak spanningsloos. Hoofdschakelaar uit, meet na dat de spanning eraf is, en verwijder de afdekkap van de groepenkast.
  2. Klik de aardlekschakelaar op de DIN-rail, direct naast de hoofdschakelaar. Let op de inbouwrichting (aanvoer boven, afgaand onder, zoals op de module staat aangegeven).
  3. Voer de voeding in. Sluit de fase en de nul vanaf de hoofdschakelaar aan op de bovenkant (inkomende zijde) van de aardlekschakelaar. Bruin op de fasepool, blauw op de nulpool.
  4. Verbind de afgaande zijde. Van de onderkant gaat de fase naar de kamrail die de installatieautomaten voedt. De nul gaat naar het nul-verdeelblok dat exclusief bij deze aardlekschakelaar hoort.
  5. Plaats de installatieautomaten op de kamrail. Vanaf elke automaat loopt de groepsfase naar de eindgroep, de nul haal je van het bijbehorende nul-verdeelblok en de aarde gaat naar de aardrail.
  6. Sluit af en test. Afdekkap terug, hoofdschakelaar aan, en druk op de testknop (T) van de aardlekschakelaar. Hij hoort onmiddellijk af te schakelen. Doet hij dat niet, dan is er iets mis met de aansluiting.

En een aardlekautomaat aansluiten?

Dat is in de praktijk eenvoudiger. Een aardlekautomaat krijgt zowel de fase als de nul aan de inkomende kant binnen, en geeft fase en nul afgaand weer door naar de groep. Omdat de nul door de module zelf loopt, heb je geen gedeeld nul-verdeelblok per aardlekschakelaar nodig. Dat scheelt bedrading en sluit meteen de meest gemaakte aansluitfout uit (zie verderop). De hoofdschakelaar en installatieautomaten sluit je op dezelfde manier aan als hierboven.

Losse aardlekschakelaar of aardlekautomaat per groep?

Een losse aardlekschakelaar met vier groepen erachter is goedkoper in aanschaf, maar legt bij een lekstroom in een keer alles eronder plat. Een aardlekautomaat per groep kost meer modules, maar isoleert de storing tot die ene groep. Voor nieuwe kasten en uitbreidingen is dat laatste inmiddels de norm. Doe de keuzehulp hieronder en je weet in dertig seconden welk type je nodig hebt.

Stap 1 van 3

Welk type aardlekbeveiliging heb ik nodig?

Komt er een laadpaal (EV-lader) op de groep?

Waar het in de praktijk soms misgaat

Drie fouten zien we vaker terugkomen dan alle andere bij elkaar. Stuk voor stuk makkelijk te voorkomen als je weet waar je op moet letten.

  1. Nuldraden verwisseld achter de aardlekschakelaar. De klassieker. Elke aardlekschakelaar heeft zijn eigen nul-verdeelblok. Meng je de nullen van groepen die onder verschillende aardlekschakelaars hangen, dan klopt de stroombalans niet meer en schakelt de aardlek meteen af, of juist niet wanneer het zou moeten. Met aardlekautomaten speelt dit niet, want daar loopt de nul door de module zelf.
  2. Type A bij een laadpaal of zonnepanelen. Gladde gelijkstroom-lekstroom maakt een type A blind. Bij een laadpaal zonder eigen 6 mA gelijkstroomdetectie hoort type B, en bij een PV-omvormer zonder galvanische scheiding net zo goed. Een mooi gemonteerde kast met het verkeerde type is alsnog onveilig.
  3. Te veel groepen achter een enkele aardlekschakelaar. Meer dan vier eindgroepen, of vergeten dat een lekstroom dan in een klap je halve installatie uitzet. Wil je dat voorkomen en tegelijk netjes binnen de praktijkregel blijven? Dan is een aardlekautomaat per groep de schone oplossing.

Werk je aan een kast die toe is aan vervanging in plaats van uitbreiding? Lees dan ook Meterkast ouder dan 25 jaar? Zo voorkom je brandgevaar en storingen.

Veelgestelde vragen over aardlekschakelaars aansluiten

De vragen die we in de praktijk het vaakst krijgen.

Voor je eigen woning is het in Nederland niet wettelijk verboden om aan je groepenkast te werken, maar het wordt sterk afgeraden zonder de juiste kennis. Werk altijd spanningsloos (NEN 3140) en laat de installatie bij twijfel controleren of uitvoeren door een erkend installateur. Voor verhuur en bedrijfspanden gelden strengere eisen.

De praktijkregel is maximaal vier eindgroepen per aardlekschakelaar. Hoe meer groepen je eronder hangt, hoe groter de kans op ongewenst uitschakelen en hoe meer er tegelijk uitvalt bij een storing. Een aardlekautomaat per groep omzeilt dit volledig.

Indicatief kost een losse 2-polige aardlekschakelaar van 30 mA ongeveer 30 tot 60 euro, en een aardlekautomaat ongeveer 35 tot 80 euro per stuk. Een aardlekautomaat per groep is dus duurder dan een gedeelde aardlekschakelaar, maar je krijgt er per groep selectiviteit voor terug.

Test maandelijks met de testknop. Schakelt hij niet meer direct af, schakelt hij juist ongewenst af, of is hij ouder dan ongeveer vijftien jaar, dan is vervanging verstandig. Een aardlekschakelaar is een veiligheidscomponent met mechanische slijtage, geen onderdeel voor het leven.

Een 2-polige aardlekschakelaar is voor een 1-fase installatie (230V): hij schakelt fase en nul. Een 4-polige is voor 3-fase of krachtstroom (400V) en schakelt drie fasen plus de nul. Het type aansluiting van je groep bepaalt dus welke je nodig hebt.

Voor een laadpaal heb je type B nodig, tenzij de laadpaal zelf een ingebouwde gelijkstroom-lekstroomdetectie van 6 mA heeft (RDC-DD volgens IEC 62955). In dat geval volstaat een type A. Sluit de laadpaal altijd op een eigen groep aan.

Of je nu een losse aardlekschakelaar vervangt of een hele groepenkast opnieuw indeelt: begin bij de typekeuze, houd de nullen per aardlek netjes gescheiden, en kies bij twijfel voor een aardlekautomaat per groep. Dan bouw je een kast die niet alleen klopt op papier, maar ook jaren probleemloos draait. Bekijk onze aardlekautomaten en overige groepenkast-componenten. Advies nodig? Neem contact op met onze specialisten.

To install this Web App in your iPhone/iPad press and then Add to Home Screen.