Je pakt een aardlekschakelaar van de plank, ziet "type A" op de zijkant staan en klikt hem op de rail. Voor een gewone meterkast is dat prima. Maar komt er straks een laadpaal of een omvormer achter die groep, dan zet precies die keuze je beveiliging in stilte buitenspel.
Er zit namelijk een addertje onder het gras dat online bijna overal door elkaar loopt. Het "type" van een aardlekbeveiliging (AC, A of B) zegt iets heel anders dan de "karakteristiek" (B of C) die je op een automaat ziet staan. Het type bepaalt welke soort lekstroom het toestel überhaupt kan zien. De karakteristiek gaat over hoe snel hij bij overbelasting afschakelt. Twee compleet verschillende dingen, met verwarrend dezelfde letter B.
Dat onderscheid is geen theorie. Laadpalen, zonnepanelen-omvormers en frequentiegestuurde apparaten zoals warmtepompen en moderne wasmachines kunnen bij een fout gladde gelijkstroom veroorzaken. Een type A herkent die niet en kan daardoor verblind raken, precies op het moment dat hij zijn werk zou moeten doen.
Hieronder staat per type wat hij wel en niet detecteert, waarom je type AC niet meer mag plaatsen, en een keuzehulp die je per situatie het juiste type geeft. Wil je weten hoe je zo'n aardlek vervolgens aansluit? Dat staat stap voor stap in onze uitleg over een aardlekschakelaar of automaat aansluiten.
Eerst even dit: schakelaar of automaat?
Voordat je naar het type kijkt, speelt er een keuze een niveau hoger: wil je een aardlekschakelaar of een aardlekautomaat? Een aardlekschakelaar (de RCCB) bewaakt alleen de lekstroom naar aarde en beschermt zo tegen elektrocutie. Tegen overbelasting of kortsluiting doet hij niets, daarvoor hangen de installatieautomaten erachter. Een aardlekautomaat (de RCBO) combineert beide functies in een module: de aardlekbeveiliging plus de zekering van die ene groep.
In de praktijk kies je een losse aardlekschakelaar als je meerdere groepen onder een gezamenlijke beveiliging wilt hangen, en een aardlekautomaat als je een groep volledig apart en compact wilt beveiligen. Belangrijk voor de rest van deze uitleg: beide bestaan in dezelfde types (AC, A en B). De type-keuze hieronder geldt dus net zo goed voor een aardlekschakelaar als voor een aardlekautomaat.
De letter bepaalt wat je aardlek ziet
Het type staat voor de soort lekstroom die het toestel kan detecteren. Hoe verder in het alfabet, hoe meer stroomvormen hij herkent. Sinds NEN 1010:2015 is type A de minimale norm voor nieuwe en gerenoveerde installaties. Type AC mag je er dus niet meer bij plaatsen.
Type AC
Detecteert alleen zuivere wisselstroom (sinusvormige lekstroom).
Toepassing: alleen nog in oude kasten aanwezig.
Niet toegestaan in nieuwe of gewijzigde installaties (NEN 1010:2015).
Type A
Detecteert wisselstroom en pulserende gelijkstroom.
Toepassing: woningen en de meeste eindgroepen met elektronica.
De minimale norm sinds 2015. Voor gewone groepen zit je hiermee goed.
Type B
Detecteert alles van type A, plus gladde (zuivere) gelijkstroom.
Toepassing: laadpalen, zonnepanelen-omvormers, frequentiesturing.
Verplicht waar gladde DC-lekstroom kan optreden.

Type is niet hetzelfde als karakteristiek
Dit is waar de meeste verwarring zit. Op een aardlekautomaat staan twee aanduidingen tegelijk, en allebei gebruiken ze soms de letter B. Ze betekenen iets totaal anders.
Het type (AC, A of B) gaat over de lekstroom: welke soort weglekkende stroom naar aarde de beveiliging kan detecteren, en dus of hij je beschermt tegen elektrocutie en brand. Dat type vind je zowel op een losse aardlekschakelaar als op een aardlekautomaat. De karakteristiek (B of C) gaat over iets heel anders, namelijk hoe snel de automaat afschakelt bij overbelasting of kortsluiting: de bescherming tegen te veel stroom door de groep. Een B-karakteristiek is de standaard voor woningen, een C-karakteristiek gebruik je bij motorische of inductieve belasting met een hoge inschakelstroom.
Een voorbeeld maakt het concreet. Op een Chint NB1L aardlekautomaat lees je bijvoorbeeld "B16" plus "30mA type A". De B slaat daar op de afschakelcurve (B-karakteristiek), de 16 op de nominale stroom, en pas "type A" zegt iets over de lekstroomdetectie. Zoek je dus DC-gevoelige beveiliging voor een laadpaal, dan heb je "type B" nodig, en niet een automaat met B-karakteristiek.
Welke kies je voor welke situatie?
De vraag die telt is simpel: wat hangt er achter de groep? Dat bepaalt het type. Vier situaties dekken vrijwel alle keuzes in een woning of klein bedrijf.
Verlichting, stopcontacten, koken. De standaard voor persoonsbeveiliging.
De boordlader kan gladde DC produceren. Met type B zit je altijd goed.
Ook frequentiegestuurde apparatuur zoals warmtepompen valt hieronder.
Een selectieve (type S) aardlek bovenliggend voorkomt dat de hele kast uitvalt.
De 30 mA op de eindgroepen is er voor jouw veiligheid: die schakelt binnen 300 ms af als er stroom via een mens weglekt. De 300 mA hoger in de installatie is bedoeld tegen brandgevaar en om te voorkomen dat een klein lek meteen alles platlegt. Wil je dat de bovenliggende beveiliging netjes wacht op de onderliggende, dan kies je daar een selectieve uitvoering (type S) met een ingebouwde vertraging.
Waarom type B meer kost, en toch de juiste keuze is
Een type B bevat extra elektronica om ook gladde gelijkstroom te meten. Dat maakt hem fors duurder dan een type A, en dat verschil valt op zodra je een groepenkast begroot. Toch is dit geen post om op te bezuinigen.
Het aantal toepassingen dat gladde DC-lekstroom kan veroorzaken groeit hard. Elke laadpaal, elke zonnepanelen-omvormer en steeds meer warmtepompen brengen dit risico mee. Zet je daar een type A neer, dan kan een gelijkstroomcomponent de kern van die aardlek verzadigen, waardoor hij ook een gewone wisselstroom-fout niet meer betrouwbaar afschakelt. De beveiliging staat er dan wel, maar doet in het ergste geval niets. Kies je type B, dan zit je altijd goed, ook als er later apparatuur bijkomt.
Wij leveren aardlekschakelaars en aardlekautomaten in type A en type B van onder andere Chint, waarvan Mava hoofddistributeur is, en Noark. Bewezen kwaliteit met de juiste keurmerken tegen een scherpe prijs. Bekijk het volledige aanbod in de categorie aardlekschakelaars of, voor de gecombineerde modules, bij de aardlekautomaten.
Veelgestelde vragen over aardlekschakelaar-types
De vragen die we in de praktijk het vaakst krijgen over type A, AC en B.
Een type A detecteert wisselstroom en pulserende gelijkstroom. Een type B detecteert dat ook, plus gladde (zuivere) gelijkstroom. Die laatste kan optreden bij laadpalen en omvormers, waar type B daarom verplicht is.
Niet in nieuwe of gewijzigde installaties. Sinds NEN 1010:2015 is type A de minimale norm. Een bestaande type AC mag blijven zitten tot je de installatie wijzigt, maar bij twijfel vervang je hem door een type A.
Omvormers en boordladers kunnen bij een fout gladde gelijkstroom veroorzaken. Een type A ziet die niet en kan erdoor verblind raken. Een type B meet ook die gladde DC en blijft betrouwbaar afschakelen.
Nee. Het type (A of B) gaat over de lekstroomdetectie. De karakteristiek (B of C) gaat over hoe snel de automaat afschakelt bij overbelasting. Een module kan tegelijk type A zijn en een B-karakteristiek hebben.
30 mA is persoonsbeveiliging op eindgroepen en schakelt binnen 300 ms af. 300 mA gebruik je hoger in de installatie tegen brandgevaar en voor selectiviteit, meestal als selectieve (type S) aardlek boven de 30 mA groepen.
Een type B is fors duurder door de extra elektronica voor DC-detectie. Voor toepassingen waar hij verplicht is, zoals een laadpaal of zonnepanelen, is er geen goedkoper alternatief. Reken hem mee in het ontwerp in plaats van erop te bezuinigen.
Kort samengevat: type AC hoort niet meer in een nieuwe kast, type A is de standaard voor gewone groepen, en overal waar gladde gelijkstroom kan ontstaan kies je type B. Twijfel je bij een specifiek project, leg het gerust voor aan onze specialisten. Bekijk het assortiment aardlekschakelaars en aardlekautomaten, of neem contact op met onze specialisten.