Overslaan naar inhoud

Hoe werkt een aardlekschakelaar?

In vrijwel elke meterkast in Nederland zit een smalle module met een testknop erop. Hij doet niets bijzonders zolang alles goed gaat, en precies daarom staan de meeste mensen er nooit bij stil. Toch is dat kastje het enige onderdeel van je installatie dat is ontworpen om jou te beschermen tegen een dodelijke stroomstoot.
29 juli 2026 in
Hoe werkt een aardlekschakelaar?
Team MAVA Foqus

In vrijwel elke meterkast in Nederland zit een smalle module met een testknop erop. Hij doet niets bijzonders zolang alles goed gaat, en precies daarom staan de meeste mensen er nooit bij stil. Toch is dat kastje het enige onderdeel van je installatie dat is ontworpen om jou te beschermen tegen een dodelijke stroomstoot.

Wat een aardlekschakelaar zo slim maakt, is dat hij niet meet hoeveel stroom er loopt. Een installatieautomaat doet dat wel, en die grijpt in als het te veel wordt. De aardlekschakelaar kijkt naar iets heel anders: komt alle stroom die eruit gaat ook weer terug? Zodra er ook maar een beetje verdwijnt, gaat hij ervan uit dat die stroom een andere weg heeft gevonden. Bijvoorbeeld door een mens.

Dat verschil in denkwijze verklaart bijna alles wat mensen verwarrend vinden aan aardlekbeveiliging. Waarom hij afslaat terwijl er niets kapot lijkt. Waarom hij je niet beschermt tegen kortsluiting. En waarom er 30 mA op staat, terwijl hij soms al eerder ingrijpt.

Hieronder staat hoe het mechanisme werkt, wat de aardlekschakelaar wel en niet doet, en welke regels er in Nederland gelden. Wil je daarna dieper op een onderdeel in, dan verwijzen we per onderwerp door naar een uitgebreid artikel.

Hij telt wat eruit gaat en wat terugkomt

Binnenin een aardlekschakelaar zit een ringkern, een soort magnetische ring. De fasedraad en de nuldraad lopen er allebei doorheen. Stroom die via de fase naar je apparaat gaat, moet via de nul weer terugkomen. Beide draden wekken in die ring een magnetisch veld op, maar omdat ze in tegengestelde richting lopen, heffen die velden elkaar precies op. Zolang er evenveel stroom heen als terug gaat, gebeurt er in de ringkern dus helemaal niets.

Lekt er ergens stroom weg naar aarde, dan klopt de balans niet meer. Er komt minder terug dan er is weggestuurd, de magnetische velden heffen elkaar niet langer op, en in een derde wikkeling om die ring ontstaat een klein stroompje. Dat stroompje bedient een mechanisch relais dat de contacten openrukt. Dat gebeurt in enkele tientallen milliseconden, ruim voordat een stroom door je lichaam gevaarlijk kan worden.

Schematische uitleg van de werking van een aardlekschakelaar: links gaat 16 A heen en komt 16 A terug, in balans, de aardlekschakelaar blijft aan. Rechts lekt 0,03 A (30 mA) weg naar aarde, waardoor er 15,97 A terugkomt en de aardlekschakelaar afschakelt.
Links blijft de balans kloppen. Rechts lekt er 30 mA weg naar aarde en schakelt de aardlekschakelaar af.

Belangrijk om te snappen: de aardlekschakelaar weet niet wáár de stroom naartoe verdwijnt. Hij ziet alleen dat de som niet klopt. Of die 30 mA nu via een vochtige muur wegloopt, via een defect verwarmingselement of via de hand van degene die een kapot snoer vastpakt, het resultaat is hetzelfde: hij schakelt af.

Wat een aardlekschakelaar níét doet

Dit is de meest hardnekkige misvatting in de meterkast: een aardlekschakelaar beschermt niet tegen kortsluiting en ook niet tegen overbelasting. Sluit je een fase rechtstreeks op de nul kort, dan blijft de balans namelijk gewoon kloppen. Alle stroom die eruit gaat komt keurig terug, alleen véél te veel. Voor de aardlekschakelaar is er niets aan de hand.

Dat is het werk van de installatieautomaten, de smalle modules die je per groep in de kast ziet zitten. Die bewaken de stroomsterkte en schakelen af als er te veel doorheen gaat, bijvoorbeeld bij een kortsluiting of als je te veel apparaten op één groep hangt. Aardlekschakelaar en installatieautomaat vullen elkaar dus aan, ze vervangen elkaar niet.

Een aardlekschakelaar beschermt ook niet tegen alles wat met elektriciteit misgaat. Raak je tegelijk de fase én de nul aan, dan loopt de stroom via jou van de een naar de ander en blijft de balans in stand. Zeldzaam, maar het verklaart waarom veilig werken meer vraagt dan alleen goede beveiliging in de kast.

30 mA, en waarom hij soms al eerder afslaat

Op vrijwel elke aardlekschakelaar in een woning staat 30 mA. Dat is de nominale aanspreekstroom: het verschil tussen heen en terug waarbij hij gegarandeerd moet afschakelen. Die waarde is niet willekeurig gekozen. Bij stromen daarboven wordt het risico op hartritmestoornissen serieus, dus 30 mA ligt bewust onder de grens waarbij het echt gevaarlijk wordt.

Wat veel mensen niet weten: een aardlekschakelaar van 30 mA mag al afschakelen bij de helft daarvan. De norm schrijft voor dat hij ingrijpt tussen 50 en 100 procent van zijn nominale waarde, dus ergens tussen 15 en 30 mA. Dat is expres zo, want de fabrikant moet garanderen dat hij bij 30 mA écht afschakelt en bouwt dus marge in.

Precies dat verklaart een veelgehoorde klacht. Je meet netjes op dat je installatie ruim onder de 30 mA blijft, en toch klapt de aardlek er af en toe uit. Dat kan volkomen normaal gedrag zijn, zeker als de opgetelde lekstroom van al je apparaten richting de 15 mA kruipt. Elk gezond apparaat lekt namelijk een heel klein beetje.

Naast 30 mA kom je ook 300 mA tegen. Die zit niet op eindgroepen maar hoger in de installatie, en dient vooral tegen brandgevaar. Voor persoonsbeveiliging is 300 mA veel te grof.

Aardlekschakelaar of aardlekautomaat?

In de meterkast kom je twee uitvoeringen tegen. Een losse aardlekschakelaar bewaakt alleen de lekstroom en beveiligt meestal meerdere groepen tegelijk, met de installatieautomaten erachter. Slaat hij af, dan vallen al die groepen samen uit.

Een aardlekautomaat combineert beide functies in één module: de lekstroombeveiliging en de zekering van die ene groep. Daarmee valt bij een fout alleen de betreffende groep uit en blijft de rest van het huis gewoon werken. Je betaalt per groep wat meer, maar je krijgt er comfort en overzicht voor terug.

Welk type heb je nodig?

Niet elke lekstroom ziet er hetzelfde uit, en daarom bestaan er verschillende types. Type AC herkent alleen zuivere wisselstroom en mag je in nieuwe installaties niet meer plaatsen. Type A is de standaard voor woningen en herkent daarnaast pulserende gelijkstroom. Type B ziet ook gladde gelijkstroom en is nodig zodra er een laadpaal of een zonnepanelen-omvormer achter hangt, want die kunnen een gelijkstroomcomponent laten weglekken die een type A niet opmerkt.

De volledige uitleg, inclusief het veelgemaakte misverstand tussen het type en de B- of C-karakteristiek van een automaat, staat in aardlekschakelaar type A, AC of B: welke heb je nodig?

Zo zit hij in de groepenkast

De volgorde in de kast is vast: vanaf de hoofdschakelaar gaat de voeding naar de aardlekschakelaar, en daarachter zitten de installatieautomaten van de groepen die eronder vallen. Een aardlekautomaat wijkt daarvan af, want die hangt rechtstreeks achter de hoofdschakelaar en heeft geen aparte aardlekschakelaar boven zich nodig.

Belangrijk daarbij is dat de nuldraden van de groepen achter een aardlekschakelaar niet verwisseld raken met die van een andere aardlek. Doe je dat wel, dan klopt de som niet meer en slaat de boel af zonder dat er iets kapot is. Het stappenplan en de veelgemaakte fouten staan in hoe sluit ik een aardlekschakelaar of automaat aan?

Krachtstroom en 3-fase

Bij een krachtgroep werkt het principe precies hetzelfde, alleen telt de aardlekschakelaar dan vier draden in plaats van twee: drie fasen plus de nul. Zo'n uitvoering is dus altijd 4-polig, ook wel aangeduid als 3P+N. Je komt ze tegen bij een fornuis, een warmtepomp, een werkplaats en bij laadpalen van 11 of 22 kW.

Welke uitvoering, welke ampère en welke kabeldoorsnede daarbij horen, staat in welke aardlekbeveiliging heb je nodig voor krachtstroom?

Als hij uitvalt

Een aardlekschakelaar die eruit klapt is meestal geen defect maar een signaal. Vaak zit het in een natte of zware verbruiker, een buitenstopcontact na regen, of in de opgetelde lekstroom van te veel groepen achter dezelfde aardlek. Zelden ligt het aan de aardlekschakelaar zelf.

Test hem twee keer per jaar met de testknop: hij hoort onmiddellijk af te schakelen. Gebeurt dat niet, dan is hij wél stuk en moet hij vervangen worden. Het volledige opsporingsprotocol staat in aardlekschakelaar valt steeds uit? Oorzaak vinden, testen en vervangen

Sinds wanneer is het verplicht?

Nederland loopt op dit punt al lang vooruit. Sinds 1975 schrijft de NEN 1010 aardlekbeveiliging voor in nieuwe woninginstallaties, en die eisen zijn sindsdien alleen strenger geworden. De belangrijkste ijkpunten op een rij:

Eis Waarde
Verplicht in nieuwe woninginstallatiessinds 1975
Maximaal 30 mA op eindgroepensinds 1 september 2005
Minimaal aantal per woning2 stuks
Maximaal aantal eindgroepen per aardlek4 groepen
Afschakelen bij nominale lekstroombinnen 300 ms

Voor bestaande installaties geldt geen terugwerkende kracht: een oude kast hoeft niet verplicht te worden aangepast zolang je er niets aan wijzigt. Ga je wél verbouwen of uitbreiden, dan moet dat deel aan de actuele NEN 1010 voldoen. Zit je installatie tegen de dertig jaar aan, dan is een keuring hoe dan ook verstandig. Waar je dan op moet letten staat in meterkast ouder dan 25 jaar?

Veelgestelde vragen over aardlekschakelaars

De vragen die we in de praktijk het vaakst krijgen over werking en regelgeving.

Een aardlekschakelaar bewaakt of alle stroom die eruit gaat ook terugkomt en beschermt zo tegen elektrocutie. Een installatieautomaat bewaakt de stroomsterkte en beschermt tegen kortsluiting en overbelasting. Ze vullen elkaar aan en vervangen elkaar niet.

Maximaal vier eindgroepen volgens de NEN 1010. Hang je er meer achter, dan telt de kleine lekstroom van al die apparaten bij elkaar op en kan de aardlekschakelaar afslaan zonder dat er iets kapot is.

Dat is normaal. De norm schrijft voor dat hij afschakelt tussen 50 en 100 procent van zijn nominale waarde, dus een 30 mA-schakelaar mag al ingrijpen vanaf 15 mA. Fabrikanten bouwen die marge in om te garanderen dat hij bij 30 mA zeker afschakelt.

Sinds 1975 schrijft de NEN 1010 aardlekbeveiliging voor in nieuwe woninginstallaties. Sinds 1 september 2005 geldt daarbij maximaal 30 mA voor eindgroepen. Voor bestaande installaties geldt geen terugwerkende kracht, tenzij je gaat wijzigen of uitbreiden.

Minimaal twee. Zo valt niet je hele huis uit bij één storing en houd je altijd ergens licht. In grotere woningen of bij veel groepen zijn er vaak meer, of worden aardlekautomaten per groep toegepast.

Nee. Bij kortsluiting blijft de balans tussen heen- en teruggaande stroom kloppen, dus de aardlekschakelaar ziet geen probleem. Kortsluiting en overbelasting zijn het werk van de installatieautomaat.

Samengevat: een aardlekschakelaar vergelijkt continu wat er heen gaat met wat er terugkomt, en schakelt af zodra dat verschil te groot wordt. Hij beschermt je tegen elektrocutie, niet tegen kortsluiting. Welk type, welke uitvoering en welke ampère je nodig hebt hangt af van wat erachter hangt. Kom je er niet uit, leg het dan gerust voor aan onze specialisten via contact.

To install this Web App in your iPhone/iPad press and then Add to Home Screen.