Home › Rekentools › Hoeveel draden in een buis?
Hoeveel draden passen in een buis? Buisvulling en mantelbuis berekenen
Hoeveel draden in een buis passen, hangt af van twee maten die je niet op de verpakking ziet: de binnendiameter van de buis en de dikte van de draad mét isolatie. Een flexibele 16 mm buis is binnen maar 11,6 mm, een mantelbuis van 40 mm maar 32 mm.
Met deze rekentool kies je de buis en vul je in wat erdoor moet: losse draden, YMvK, grondkabel, solarkabel of een netwerkkabel. Je ziet direct de vulgraad, of het past, de kleinste buis die wel past en waar je op moet letten bij bochten en lange trajecten. We rekenen met maten uit de datasheets van Fränkische, Pipelife, Nexans en Eupen, niet met de maat die op het etiket staat.
✓ Installatiebuis 16 tot 50 mm, star en flexibel ✓ Mantelbuis 40 tot 160 mm ✓ Praktijkregel uit NEN 1010 en fabrikantadvies
Hoeveel draden passen in een 16 of 19 mm buis?
De tabel geeft het maximale aantal VD-draden (H07V-U, vanaf 10 mm² H07V-R) per buis bij hooguit twee bochten tussen twee dozen. We rekenen met de grootste buitendiameter die de norm EN 50525 voor deze draad toestaat, zodat de uitkomst klopt voor elk merk. Een streepje betekent dat er geen twee draden in passen.
| Buis | Binnen Ø | 1,5 mm² | 2,5 mm² | 4 mm² | 6 mm² | 10 mm² | 16 mm² |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 16 mm (5/8") star | 13,6 mm | 5 | 4 | 3 | 2 | – | – |
| 19 mm (3/4") star | 16,7 mm | 8 | 6 | 4 | 3 | 2 | – |
| 20 mm star | 17,1 mm | 9 | 6 | 4 | 3 | 2 | – |
| 25 mm star | 21,7 mm | 15 | 10 | 8 | 6 | 3 | 2 |
| 32 mm star | 28,6 mm | 26 | 17 | 13 | 10 | 6 | 5 |
| 16 mm (5/8") flexibel | 11,6 mm | 4 | 2 | 2 | – | – | – |
| 19 mm (3/4") flexibel | 14,6 mm | 6 | 4 | 3 | 2 | – | – |
| 25 mm flexibel | 18,5 mm | 11 | 7 | 5 | 4 | 2 | 2 |
| 32 mm flexibel | 24,5 mm | 19 | 13 | 10 | 7 | 4 | 3 |
Voor een starre 16 mm buis komt dit precies overeen met de bekende tabel uit de oude NEN 1010: vijf draden van 1,5 mm², vier van 2,5 mm², drie van 4 mm² en twee van 6 mm². Bij 19 mm noemt die oude tabel vijf draden van 4 mm² en vier van 6 mm². Een moderne 3/4 inch buis is binnen 16,0 tot 16,9 mm; bij 16,7 mm kom je daarmee op 35 en 36% vulling, dus boven de regel. De rekentool zegt dan krap.
Echte draad is vaak iets dunner dan de normgrens. VD van 2,5 mm² van Nexans is 3,4 mm in plaats van 3,9 mm: daarmee komen vijf draden in een starre 16 mm buis op 31,3%. In de praktijk heb je dus soms iets meer ruimte, maar dat verschilt per merk en per rol. Soepele draad (H07V-K) is dikker; kies die apart in de rekentool.
Flexibel of star: één maat verschil
Een flexibele buis heeft dezelfde buitenmaat als een starre, maar door de ribbels is hij binnen 2 tot 3 mm kleiner. Dat scheelt ongeveer een draad per maat. Drie draden van 2,5 mm² in een flexibele 16 mm buis komen op 33,9%: krap. Vijf in een flexibele 19 mm buis 35,7%, ook krap. Twee groepen (zes draden van 2,5 mm²) passen wel in een starre 19 mm buis (32,7%).
Welke diameter mantelbuis heb je nodig?
Voor een mantelbuis in de grond is de regel strenger dan voor een installatiebuis in huis. Fränkische, de fabrikant van onze rode Kabuflex-mantelbuis, adviseert maximaal 25% vulling. Bij één kabel komt dat neer op een buis die minstens twee keer zo wijd is als de kabel. Dat is ruimer dan binnen: trajecten in de grond zijn langer en een buis in een sleuf ligt nooit helemaal recht.
| Kabel | Buiten Ø | Mantelbuis: past | Krap (kort, weinig bochten) | Laadpaal |
|---|---|---|---|---|
| YMvK-as 2x2,5 | 14,0 mm | 40 mm | – | |
| YMvK-as 3x2,5 | 15,0 mm | 40 mm | – | |
| YMvK-as 4x4 | 17,0 mm | 50 mm | 40 mm | 11 kW tot ca. 78 m |
| YMvK-as 4x6 | 18,0 mm | 50 mm | 40 mm | 11 kW tot ca. 117 m, 22 kW tot ca. 58 m |
| YMvK-as 4x10 | 24,3 mm | 63 mm | 50 mm | 22 kW tot ca. 97 m |
| YMvK-as 4x16 | 26,5 mm | 75 mm | 50 mm | 22 kW tot ca. 156 m |
| YMvK-as 4x25 | 30,2 mm | 75 mm | 63 mm | |
| YMvK-as 4x35 | 32,5 mm | 90 mm | 63 mm | |
| YMvK 5x6 | 15,8 mm | 40 mm | – | |
| YMvK 5x10 | 20,3 mm | 63 mm | 40 mm | |
| YMvK 5x16 | 23,0 mm | 63 mm | 50 mm |
Krap betekent: het lukt op een kort traject met weinig, ruime bochten, met glijmiddel. De laadpaalkolom komt uit de kabeldikte calculator, bij 3% spanningsverlies. Bij YMvK-as 4x10 verschilt de dikte per merk van 21 tot 24,3 mm; wij rekenen met de dikste.
Mantelbuis voor een laadpaal
- 11 kW met YMvK-as 4x4 mm² (ongeveer 17 mm): een mantelbuis van 40 mm is binnen 32 mm. Dat is 1,9 keer de kabel, krap. Neem 50 mm.
- 22 kW met YMvK-as 4x6 mm² (ongeveer 18 mm): 50 mm, vulgraad 20,2%.
- Lange route met YMvK-as 4x10 mm²: in 50 mm is het 36,9% (krap), neem 63 mm.
- Twee laadpalen met elk een 4x6 mm² in één buis: 63 mm (24%). Twee kabels in 50 mm (40,5%) gaat niet.
Een datakabel voor load balancing leg je in een eigen buis, niet naast de voedingskabel (zie verderop). Welke kabeldikte je nodig hebt, lees je in de grondkabel keuzehulp; hoe diep je de buis legt en hoe je hem aanlegt, staat in alles over mantelbuizen. Leg er rood waarschuwingslint boven.
Ter vergelijking: Liander en Stedin vragen voor de aansluitkabel naar de meterkast een mantelbuis van 50 mm met een buigstraal van minstens 500 mm. Liander wil daarbij één stuk buis, zonder verbindingen.
Let op het merk
Mantelbuizen met dezelfde buitenmaat verschillen binnen flink. Een Pipelife Kabelflex van 40 mm is binnen 30 mm, een Fränkische Kabuflex 32 mm. Bij 110 mm is het verschil 11 mm. De rekentool rekent met Kabuflex; heb je een ander merk, kies dan "eigen binnendiameter" en vul de maat uit de datasheet in.
Past een YMvK-kabel in een installatiebuis?
Een kabel is rond en stug, en neemt veel meer ruimte in dan de koperen aders doen vermoeden. Een YMvK 3x2,5 mm² is 11 tot 11,7 mm dik, terwijl een starre 16 mm buis binnen 13,6 mm is. Op een kort recht stuk krijg je hem er misschien door, met bochten wordt het lastig. Voor één kabel houden we aan dat de buis minstens 1,7 keer zo wijd is als de kabel (Fränkische), en onder 1,41 keer (50% vulling) noemen we het te vol.
| Kabel | Buiten Ø | Starre buis: past | Krap (kort, weinig bochten) | Flexibele buis: past |
|---|---|---|---|---|
| YMvK 3x1,5 | 10,8 mm | 25 mm | 19 mm | 25 mm |
| YMvK 3x2,5 | 11,7 mm | 25 mm | 19 mm | 32 mm |
| YMvK 3x4 | 12,5 mm | 25 mm | – | 32 mm |
| YMvK 5x1,5 | 12,3 mm | 25 mm | – | 32 mm |
| YMvK 5x2,5 | 13,3 mm | 32 mm | 25 mm | 32 mm |
| YMvK 5x4 | 14,5 mm | 32 mm | 25 mm | groter dan 32 mm |
| YMvK 5x6 | 15,8 mm | 32 mm | – | groter dan 32 mm |
| YMvK 5x10 | 20,3 mm | 50 mm | – | groter dan 32 mm |
| YMvK-as 3x2,5 | 15,0 mm | 32 mm | 25 mm | groter dan 32 mm |
| YMvK-as 4x6 | 18,0 mm | 50 mm | 32 mm | groter dan 32 mm |
| Cat6 U/UTP | 6,2 mm | 16 mm | – | 16 mm |
Moet er een groep door een bestaande 16 of 19 mm buis, trek dan losse draden in plaats van een kabel: drie draden van 2,5 mm² nemen samen 36 mm² in, een YMvK 3x2,5 mm² 108 mm². Een netwerkkabel (Cat6, ongeveer 6,2 mm) past wel in 16 mm, maar alleen in een eigen buis.
Welke vulgraad mag? Norm en praktijk
De vulgraad is de ruimte die de draden en kabels innemen, gedeeld door de ruimte in de buis. Je rekent met de buitendiameter inclusief isolatie (d) en de binnendiameter van de buis (D): vulgraad = som van (π/4 × d²) gedeeld door π/4 × D². Over de grens bestaat veel verwarring. Dit is wat er werkelijk staat:
- NEN 1010 (huidig) noemt geen percentage en geen aantal. De norm eist dat draden en kabels zonder schade te trekken en te vervangen zijn, dat de buis eerst helemaal ligt voordat je trekt, dat bochten ruim genoeg zijn en dat trekpunten bereikbaar blijven.
- De 33%-regel komt uit de toelichting van de oude NEN 1010 uit 1996: de draden samen, met isolatie, minder dan 33% van de binnendoorsnede bij draden tot en met 10 mm², 40% bij dikkere. Uitgangspunt: VD-draad en hooguit twee bochten. De huidige norm noemt de regel niet meer, maar installateurs gebruiken hem nog steeds als praktijkregel.
- Fränkische adviseert voor kabels in een gladde, starre buis maximaal 35% (buis minstens 1,7 keer de kabel) en in een geribbelde mantelbuis 25% (minstens 2 keer).
- In Duitsland (DIN 18015-1) is het een derde voor losse draden en de helft voor kabels. In Engeland rekent men met 35% voor buis, in de Verenigde Staten (NEC) met 40% bij drie of meer geleiders, 31% bij twee en 53% bij één.
De rekentool gebruikt 33% en 40% voor losse draden, 35% voor kabels in installatiebuis en 25% voor alles in een mantelbuis. Tot 40% (draden), 50% (kabels) of 35% (mantelbuis) noemt hij het krap, daarboven past het niet.
Je leest ook weleens dat de binnendiameter 1,3 keer de bundel moet zijn. Daar hebben we geen bron voor gevonden. Het komt neer op bijna 60% vulling, en dat is te vol om draden zonder schade door een bocht te trekken.
Buitendiameter van kabels en draden
De diameter die de rekentool gebruikt, met daarnaast wat andere fabrikanten opgeven. We rekenen aan de veilige kant: de normgrens of het dikste merk dat we vonden. Weet je de exacte maat van jouw kabel, kies dan "eigen kabel" en vul hem in.
| Kabel of draad | Rekenwaarde Ø (mm) | Andere merken (mm) |
|---|---|---|
| VD 1,5 / 2,5 / 4 / 6 mm² (H07V-U) | 3,2 / 3,9 / 4,4 / 5,0 | Nexans 2,8 / 3,4 / 3,9* / 4,3; Eupen 2,8 / 3,3 / 3,8 / 4,3 |
| VD 10 / 16 mm² (H07V-R) | 6,7 / 7,8 | Nexans 5,8 / 6,8 |
| VD soepel 1,5 / 2,5 / 4 / 6 mm² (H07V-K) | 3,4 / 4,1 / 4,8 / 5,3 | normgrens EN 50525 |
| YMvK 3x1,5 / 3x2,5 / 3x4 / 3x6 | 10,8 / 11,7 / 12,5 / 13,5 | Eupen 10,5 / 11,5 / 12,5 / 13,5; Waskönig 10 / 11 / 12 / 13 |
| YMvK 5x1,5 / 5x2,5 / 5x4 / 5x6 | 12,3 / 13,3 / 14,5 / 15,8 | Eupen 12 / 13 / 14,5 / 15,5; Waskönig 12 / 13 / 14 / 15 |
| YMvK 5x10 / 5x16 / 5x25 | 20,3 / 23,0 / 27,1 | Eupen 18,5 / 22 / 27; Waskönig 18 / 21 |
| YMvK-as 2x2,5 / 3x2,5 | 14 / 15 | Nexans 13,6 / 14,1; Eupen 14 / 14,5 |
| YMvK-as 4x4 / 4x6 | 17 / 18 | Nexans 16,1 / 17,2; Eupen 16,5 / 17,5 |
| YMvK-as 4x10 / 4x16 / 4x25 | 24,3 / 26,5 / 30,2 | Eupen 22 / 24 / 28; Waskönig 21 / 23 / 28 |
| Halogeenvrij YMz1K 3G2,5 / 5G2,5 / 5G6 | 12,0 / 14,0 / 17,2 | Nexans 11,6 / 13,5 / 16,2 tot 17,2 |
| Solarkabel 4 / 6 / 10 mm² | 5,9 / 6,5 / 7,6 | Top Cable 5,4 / 6,0 / 7,0; Lapp 5,2 / 5,8 / 7,0 |
| Netwerkkabel Cat6 U/UTP / F/UTP | 6,2 / 7,2 | Prysmian 5,9; Nexans F/UTP 7,1 |
| Coax tv 75 Ω | 7,0 | Hirschmann Koka 799: 6,9 |
Bronnen: datasheets van Nexans, Eupen, Waskönig+Walter, Prysmian, Top Cable, Lapp, Excel en Hirschmann, en de grenzen uit EN 50525-2-31 (via Helukabel en Lapp). * Nexans 4 mm² is meerdraads (H07V-R).
Binnendiameter van installatiebuis en mantelbuis
De maat op een buis is de buitendiameter. Wat telt, is de binnenmaat, en die verschilt per merk en per uitvoering. Een zware, slagvaste buis heeft een dikkere wand dan een lichte.
Installatiebuis, binnendiameter in mm
| Maat | Star, rekenwaarde | Star, andere merken | Flexibel |
|---|---|---|---|
| 16 mm (5/8") | 13,6 (Pipelife Polivolt) | 13,0 tot 14,3 | 11,6 (Fränkische), 11,5 (Attema) |
| 19 mm (3/4") | 16,7 (Pipelife Polivolt) | 16,0 tot 16,9 | 14,6 (Fränkische), 14,5 (Attema) |
| 20 mm | 17,1 (Fränkische) | 16,6 tot 18,3 | 14,2 tot 15,0 |
| 25 mm | 21,7 (Fränkische) | 21,2 tot 22,7 | 18,5 (Fränkische, Attema) |
| 32 mm | 28,6 (Fränkische) | 27,9 tot 29,4 | 24,5 (Fränkische) |
Mantelbuis voor de grond, binnendiameter in mm
| Maat | Fränkische Kabuflex R | Pipelife Kabelflex | Wavin Mantelflex |
|---|---|---|---|
| 40 mm | 32 | 30 | 32 |
| 50 mm | 40 | 37 | 40 |
| 63 mm | 52 | 47 | 51 |
| 75 mm | 62 | 56 | 61 |
| 90 mm | 75 | 67 | 75 |
| 110 mm | 93 | 82 | 94 |
| 160 mm | 138 | 120 | 120 |
Bronnen: datasheets en assortimentsoverzichten van Fränkische, Pipelife, Wavin en Attema (2019 tot 2026). De productnorm voor buizen (EN IEC 61386) schrijft geen binnenmaat voor; die geeft de fabrikant op.
Bochten, lange trajecten en kabels trekken
De vulgraad is de helft van het verhaal. Bochten en lengte bepalen hoe zwaar het trekken gaat, en daarmee of de isolatie heel blijft.
- Hooguit twee bochten per trekstuk. De 33%-regel gaat uit van maximaal twee bochten van 90° tussen twee trekpunten. Meer bochten? Neem één buismaat groter of zet er een trekdoos tussen. Twee bochten van 45° tellen als één van 90°.
- Ruime bochten. Buig PVC-buis met een buigveer, met een binnenstraal van minstens drie keer de buisdiameter. Een flexibele buis van 19 mm mag niet krapper dan 90 mm, een mantelbuis van 40 tot 90 mm niet krapper dan 350 mm. Die 350 mm geldt bij 20 °C: rond 10 °C is het anderhalf keer zoveel, rond het vriespunt het dubbele.
- Lange trajecten. In Duitsland (DIN 18015-1) is de richtlijn hooguit 25 m recht of 15 m met één bocht tussen twee trekpunten. Dat is een goede maat voor binnen. Voor een mantelbuis in de grond geeft Fränkische geen vaste maximale lengte, wel het advies om altijd glijmiddel te gebruiken en na krappe bochten een trekput te plaatsen.
- Eerst de buis, dan de draden. Leg de buis helemaal tussen de trekpunten en trek pas daarna. Gebruik een trekveer of de trekdraad die in de mantelbuis zit, trek gelijkmatig en duw de draden aan de andere kant mee.
- Drie dikke kabels: let op klemmen. Drie even dikke kabels in een buis die ongeveer 2,5 tot 3 keer zo wijd is als één kabel, kunnen in een bocht naast elkaar wiggen en vastlopen. Volgens kabeltrekonderzoek van Polywater is de kans daarop bij die verhouding het grootst. Een andere buismaat, of de drie kabels getwist samen intrekken, voorkomt het.
Meerdere groepen in één buis: let op de warmte
Het oude advies "één groep per buis" staat niet in de huidige NEN 1010. Meerdere groepen door één buis mag, als alle draden geïsoleerd zijn voor de hoogste spanning in de buis (bij VD-draad altijd zo) en de fase, nul en aarde van elke groep samen in dezelfde buis lopen. Een groep verdelen over twee buizen mag niet.
Wel warmen de draden elkaar op. Daardoor mag elke groep minder stroom voeren. Voor 2,5 mm² VD-draad in buis (24 A bij één groep en 30 °C):
| Groepen in één buis | Factor | Toelaatbare stroom | Grootste automaat |
|---|---|---|---|
| 1 | 100% | 24 A | 20 A |
| 2 | 80% | 19,2 A | 16 A |
| 3 | 70% | 16,8 A | 16 A |
| 4 | 65% | 15,6 A | 13 A |
| 6 | 57% | 13,7 A | 13 A |
Bij vier groepen van 2,5 mm² in één buis mag er dus geen automaat van 16 A meer op. De factoren zijn dezelfde als in de kabeldikte calculator, die ook de omgevingstemperatuur meeneemt.
Stroom en data niet in dezelfde buis
Een netwerkkabel of coaxkabel mag alleen in dezelfde buis als stroomdraden als elke kabel geïsoleerd is voor de hoogste spanning die erin zit. Een gewone Cat6-kabel is daar niet voor gemaakt (fabrikanten noemen vaak maximaal 72 V). Leg data daarom in een eigen buis. In Duitse woningen (DIN 18015-1) is stroom en data in één buis zelfs helemaal niet toegestaan. Een aparte buis voorkomt ook storing op je netwerk.
Veelgemaakte fouten
- Rekenen met de maat op de buis. Een buis van 16 mm is binnen 11,6 tot 14,3 mm. Reken altijd met de binnendiameter.
- Rekenen met de koperdoorsnede. Een draad van 2,5 mm² neemt met isolatie bijna 12 mm² in. Tel de buitendiameter, niet de mm² op het etiket.
- Flexibele buis gebruiken met de tabel voor starre buis. Flexibel is binnen 2 tot 3 mm kleiner: reken op één draad minder.
- Een YMvK door een 16 mm buis willen trekken. Dat lukt hooguit op een kort recht stuk. Trek losse draden, of leg een ruimere buis.
- Een mantelbuis van 40 mm voor een laadpaalkabel. Een 4x6 mm² grondkabel past er net in, maar met bochten en 20 meter wordt trekken lastig. Een ruimere buis kost een paar tientjes per rol meer, opnieuw graven veel meer.
- Geen ruimte voor later. Een thuisbatterij, een tweede laadpaal of glasvezel naar de schuur: leg in de grond liever meteen een ruimere buis, of een tweede lege buis met trekdraad.
Veelgestelde vragen over draden in een buis
De vragen die we het vaakst krijgen over buizen en mantelbuizen.
In een starre 16 mm buis (5/8 inch, binnen ongeveer 13,6 mm) passen volgens de praktijkregel van 33% vulling vijf draden van 1,5 mm², vier van 2,5 mm², drie van 4 mm² of twee van 6 mm². In een flexibele 16 mm buis past minder, omdat die binnen maar 11,5 tot 11,6 mm is: vier draden van 1,5 mm² of twee van 2,5 mm². Drie draden van 2,5 mm² is daar krap. Heb je meer dan twee bochten tussen twee dozen, neem dan één maat groter.
In een starre 19 mm buis (3/4 inch, binnen ongeveer 16,7 mm) passen acht draden van 1,5 mm², zes van 2,5 mm², vier van 4 mm² of drie van 6 mm². In een flexibele 19 mm buis (binnen 14,6 mm) zijn dat er zes, vier, drie en twee. Twee groepen van 2,5 mm² (zes draden) passen dus wel in een starre, maar niet in een flexibele 19 mm buis.
De huidige NEN 1010 noemt geen aantal en geen percentage. De norm eist alleen dat je draden en kabels zonder beschadiging kunt intrekken en vervangen, dat bochten ruim genoeg zijn en dat trekpunten bereikbaar blijven. De bekende 33%-regel (40% voor draden boven 10 mm²) komt uit de toelichting van de oude NEN 1010 en wordt nog steeds als praktijkregel gebruikt. Wie hem volgt, zit in de praktijk goed.
Ja, dat mag, zolang alle draden in de buis geïsoleerd zijn voor de hoogste spanning die erin zit en fase, nul en aarde van elke groep samen door dezelfde buis lopen. Let wel op de warmte: met twee groepen in één buis mag elke groep nog 80% van de normale stroom voeren, met drie groepen 70% en met vier groepen 65%. Bij vier groepen van 2,5 mm² draad is dat 15,6 A, te weinig voor een automaat van 16 A. Reken het na met de kabeldikte calculator.
Voor een laadpaal van 11 of 22 kW met YMvK-as 4x4 of 4x6 mm² (ongeveer 17 tot 18 mm dik) is een mantelbuis van 50 mm de juiste keuze. Een 40 mm buis is krap: die is binnen maar 32 mm, en Fränkische adviseert een buis die minstens twee keer zo wijd is als de kabel. Voor YMvK-as 4x10 mm² (21 tot 24 mm, afhankelijk van het merk) neem je 63 mm. Een datakabel voor load balancing leg je in een eigen buis.
Nee, niet met een gewone netwerkkabel. NEN 1010 staat stroomkabels en datakabels alleen samen in één buis toe als elke kabel geïsoleerd is voor de hoogste spanning die erin zit. Een standaard Cat6-kabel is daar niet voor gemaakt; fabrikanten noemen vaak maximaal 72 V. Leg de netwerkkabel daarom in een eigen buis. Dat voorkomt ook storing op je verbinding.
Buis en kabel in één keer bestellen
Installatiebuizen, mantelbuizen, installatiedraad, installatiekabels, grondkabels, netwerkkabels en clips, moffen en zadels haal je bij ons in Utrecht of laat je bezorgen. Twijfel je over je berekening? Bel onze specialisten op 030 369 0769, dan rekenen we met je mee.
Meer rekentools: kabeldikte berekenen, welke automaat heb ik nodig, is mijn aansluiting groot genoeg, kW, ampère en watt omrekenen, hoeveel groepen heb ik nodig en alle rekentools.
To install this Web App in your iPhone/iPad press
and then Add to Home Screen.