Home › Rekentools › Hoeveel groepen heb ik nodig?
Hoeveel groepen heb ik nodig? Rekentool voor je groepenkast
‘Hoeveel groepen heb ik nodig?’ is de eerste vraag bij elke nieuwe of vervangende groepenkast. Het antwoord hangt af van je woonoppervlak, het aantal woonlagen en vooral van de apparaten die een eigen groep vragen, van wasmachine tot laadpaal.
Deze rekentool stopt niet bij één getal. Je krijgt het aantal eindgroepen volgens de tabel uit NPR 5310, de verdeling over aardlekschakelaars of aardlekautomaten, de fasenverdeling bij 3-fase, het aantal modules met reserve en een onderdelenlijst met aantallen uit ons assortiment. Voor een woning of een klein bedrijf, bij nieuwbouw, renovatie of het vervangen van de kast. Wil je alleen een groep bijplaatsen in een bestaande kast? Gebruik dan de rekentool in groepenkast uitbreiden: past de extra groep er nog in?
✓ NPR 5310 en NEN 1010 (2015 en 2020) ✓ 1-fase en 3-fase, woning en klein bedrijf ✓ Onderdelenlijst met aantallen en modules
Zo rekent de rekentool
De tool loopt dezelfde vier stappen door als een installateur bij het ontwerp van een groepenkast. In het resultaat zie je per stap wat er is gekozen en waarom, met een tekening van de rails en een groepenlijst die je kunt meenemen naar je installateur.
Groepen tellen
Licht en wcd’s volgens tabel 3 van NPR 5310, op basis van woonoppervlak en uitvoering, met minimaal één groep per woonlaag. Daarna een eigen groep voor elk apparaat met een hoog vermogen.
Aardlek verdelen
Een aardlekautomaat per groep, of aardlekschakelaars met maximaal vier groepen en hooguit twee natte groepen per stuk. Laadpaal, omvormer en warmtepomp krijgen altijd een eigen aardlekbeveiliging.
Fasen verdelen
Bij 3-fase gaan de zware groepen eerst naar de minst belaste fase. Twee groepen van dezelfde ruimte komen op verschillende fasen, zodat er bij een storing licht blijft.
Kast vullen
Modules tellen per component, 20% reserve erbij en de kleinste kast uit ons assortiment kiezen waarin alles per rij past. Met de onderdelen en aantallen erbij.
Hoeveel groepen heeft een woning nodig?
Er bestaat geen wettelijk minimum aantal groepen. NEN 1010 eist dat de installatie is verdeeld in ‘voldoende eindgroepen’ voor de apparatuur die je tegelijk gebruikt, en dat apparaten met een hoge aansluitwaarde waar nodig een eigen groep krijgen (bepaling 510.4.2). Concreter is NPR 5310, de praktijkrichtlijn bij NEN 1010. Die geeft een tabel voor het aantal groepen voor licht en wandcontactdozen.
Groepen voor licht en wcd volgens NPR 5310
| Woonoppervlak | Eenvoudig | Normaal | Ruim |
|---|---|---|---|
| < 50 m² | 3 | 4 | 5 |
| 51 tot 75 m² | 4 | 5 | 6 |
| 76 tot 150 m² | 6 | 7 | 8 |
| > 150 m² | 7 | 8 | 9 |
Bron: NPR 5310, blad 51, tabel 3 (uitgave 2017). Woonoppervlak is het gebruiksoppervlak volgens NEN 2580. NPR 5310:2024 deelt woningen anders in (kleine woningen, eengezinswoningen en luxe woningen); de aantallen uit die uitgave hebben we niet kunnen inzien.
Daar komen de apparaatgroepen bij. In een tussenwoning met inductie, wasmachine, droger, vaatwasser, oven en cv-ketel kom je zo op 14 groepen. Met een warmtepomp, laadpaal en zonnepanelen in plaats van de cv-ketel zit je op 16.
Rekenvoorbeelden uit de rekentool
| Situatie | Groepen (licht/wcd + apparaten) | Met aardlekautomaten | Met aardlekschakelaars |
|---|---|---|---|
| Appartement 51-75 m², 1x35 A, cv-ketel | 10 (5 + 5) | 14 modules, kast 1x18 | 20 modules, kast 2x12 (3 aardlekschakelaars) |
| Tussenwoning 76-150 m², 3x25 A, cv-ketel | 14 (7 + 7) | 25 modules, kast 2x18 | 33 modules, kast 2x24 (4 aardlekschakelaars) |
| Tussenwoning all-electric, laadpaal 11 kW, PV | 16 (7 + 9) | 32 modules, kast 2x24 | 40 modules, kast 2x24 (4 aardlekschakelaars + 1 type B) |
| Vrijstaand > 150 m², 3x40 A, all-electric, laadpaal, PV, batterij, airco | 20 (8 + 12) | 47 modules, kast 2x24 + 1x12 | 57 modules, kast 2x24 + 2x12 (5 aardlekschakelaars + 1 type B) |
| Klein kantoor 76-150 m², 3x25 A, 2 airco-units | 12 (7 + 5) | 20 modules, kast 2x12 | 28 modules, kast 2x18 (4 aardlekschakelaars) |
Inclusief hoofdschakelaar, ruimte voor overspanningsbeveiliging en 20% reserve. Aardlekautomaten in de smalle uitvoering van 1 module waar die leverbaar is. 2x24 + 1x12 betekent een hoofdkast met een uitbreidingskast ernaast.
Twee dingen vallen op. Een aardlekautomaat per groep kost bij 3-fase minder ruimte dan aardlekschakelaars met automaten, omdat elke fase eigen aardlekschakelaars vraagt en de natte groepen verdeeld moeten worden. En de bewering dat er op 1-fase ‘maximaal 12 groepen’ mogen, vinden we niet terug in NEN 1010 of NPR 5310. Het aantal groepen wordt begrensd door je kast en door wat er tegelijk aan staat, niet door een vast getal.
Welke apparaten krijgen een eigen groep?
NEN 1010:2020 vraagt een afzonderlijke eindgroep voor apparaten met een hoge aansluitwaarde; NEN noemt daarbij de grens van 2 kVA. NPR 5310 geeft een keuzelijst: kookplaat, oven, vaatwasser, wasmachine, droger, keukenboiler of Quooker, magnetron, het cv-toestel, elektrische verwarming en zonwering. Voor laadpalen en zonnepanelen zijn de eisen strenger. In de tabel staat wat de rekentool per apparaat aanhoudt.
| Apparaat | Automaat | Aardlekbeveiliging | Waarom |
|---|---|---|---|
| Kookplaat, perilex 2x16 A | 2 x B16 | beide fasen achter één aardlek: bij 3-fase een 4-polige aardlekautomaat | Etna (NL-handleiding): beide fasen door één aardlekschakelaar |
| Kookplaat op 1 groep | B16 | 30 mA type A | vermogensbegrenzer op ca. 3,7 kW |
| Oven, combimagnetron | B16 | 30 mA type A | 3 tot 3,5 kW |
| Wasmachine, droger, vaatwasser | B16 | 30 mA type A, max. 2 natte groepen per aardlekschakelaar | verwarmingselement van ca. 2 kW |
| Close-in boiler, Quooker | B16 | 30 mA type A | 2,2 kW (Quooker Combi) |
| Elektrische boiler 80-150 l | B16 | 30 mA type A | 2 tot 3 kW, uren achter elkaar |
| Cv-ketel | B16 | 30 mA type A | NPR 5310: eigen groep, zodat het toestel later vervangen kan worden |
| Hybride warmtepomp | B16 | eigen, 30 mA type A | Intergas Xtend; werkschakelaar bij de buitenunit. Remeha Elga Ace: C16 en type B |
| Warmtepomp all-electric 1-fase | C16 (tot ca. 7 kW), C25 (10-12 kW) | eigen aardlekschakelaar 30 mA type B, tenzij de handleiding type A noemt | Vaillant aroTHERM plus; Vaillant, Remeha en Bosch schrijven type B voor; werkschakelaar |
| Warmtepomp 3-fase | 3 x C16 | eigen aardlekschakelaar 30 mA type B, tenzij de handleiding type A noemt | typeplaat en handleiding zijn leidend |
| Laadpaal 3,7 of 7,4 kW (1-fase) | C20 of C40 (B mag ook) | eigen 30 mA (verplicht): type B, of type A met 6 mA DC-detectie | NEN 1010 722; Alfen. B of C toegestaan, C aanbevolen tenzij de fabrikant iets anders zegt |
| Laadpaal 11 of 22 kW (3-fase) | 3 x C20 of 3 x C40 (B mag ook) | idem | Alfen, Zaptec en Easee: max. 40 A; C aanbevolen tenzij de fabrikant iets anders zegt |
| Zonnepanelen (omvormer) | B16 t/m 3,68 kW, B25 bij 5 kW, 3 x B20 bij 10 kW | eigen; type B, tenzij de fabrikant verklaart dat het niet nodig is | NEN 1010 712; aparte groep zonder andere verbruikers |
| Thuisbatterij (hybride omvormer) | C25 (1-fase 5 kW), 3 x C32 (3-fase 10 en 15 kW) | eigen, volgens de handleiding | let op de ingangsstroom met back-up: Sofar ESI-10K-T1 tot 29 A bij 400 V; 1-fase ESI 5K-S1 tot 43,5 A, dus laden uit het net begrenzen |
| Airco (per buitenunit) | C16 | 30 mA type A | aanloopstroom; werkschakelaar bij de buitenunit |
| Sauna 6 of 9 kW | 3 x B10 of 3 x B16 | kachel: geen aardlek (uitzondering in de norm; Harvia en Helo: níet via een aardlek); verlichting en wcd van de sauna wel 30 mA | Harvia; infraroodcabine tot 3,6 kW: B16 op 1-fase met eigen aardlekautomaat |
| Garage of werkplaats | B16, krachtgroep 3 x C16 | eigen bij 3-fase | onderverdeler: voeding 3 x C25, aardlek in de onderverdeler |
Automaatwaarden uit de installatiehandleidingen van de fabrikanten, dezelfde als in onze kabeldikte calculator. De typeplaat en de handleiding van jouw apparaat zijn altijd leidend.
Met de groepen uit de rekentool reken je in de kabeldikte calculator per groep de kabel na. Twijfel je per apparaat over de automaat of het aardlektype, gebruik dan de rekentool welke automaat heb ik nodig. Warmtepomp en airco krijgen buiten een werkschakelaar; wanneer die verplicht is, lees je in wanneer is een werkschakelaar verplicht.
Hoeveel groepen mogen er op één aardlekschakelaar?
Eerst de basis: in een woning moeten alle groepen met wandcontactdozen tot 32 A en alle verlichtingsgroepen achter een aardlekbeveiliging van 30 mA (NEN 1010:2020, bepalingen 411.3.3 en 411.3.4). In de praktijk gaan de vaste apparaten er ook achter. De vraag is dus hoeveel groepen één aardlek mag dragen.
Jarenlang was het antwoord simpel: maximaal vier. Die regel stond in het Nederlandse deel van bepaling 531.2.1.3 van NEN 1010:2015: ‘Op een toestel voor aardlekbeveiliging met een toegekende aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA mogen ten hoogste vier eindgroepen zijn aangesloten.’ In NEN 1010:2020 is die zin geschrapt.
In de plaats kwam bepaling 531.3.2: de lekstroom die bij normaal gebruik door een aardlekschakelaar loopt, mag niet meer zijn dan 0,3 keer de aanspreekstroom. Bij 30 mA is dat 9 mA. NEN rekent in zijn eigen voorbeeld met 3,5 mA per ‘natte’ groep, zoals de wasmachine of de vaatwasser. Drie natte groepen achter één aardlek zitten daar al boven, terwijl er nog niets kapot is.
Twee dingen maken het in de praktijk alsnog vier. Het Besluit bouwwerken leefomgeving verwijst in 2026 nog naar NEN 1010:2015; de editie van 2020 wordt naar verwachting eind dit jaar aangewezen. En NPR 5310:2024 adviseert letterlijk: ‘Plaats vier automaten achter de aardlek.’ De rekentool houdt daarom maximaal vier groepen per aardlekschakelaar aan, en maximaal twee natte groepen per stuk.
Hoeveel aardlekschakelaars heb je nodig?
Minimaal twee, ook in een kleine woning. Dat getal staat niet in de norm, maar volgt uit bepaling 314: bij de indeling in groepen hou je rekening met het gevaar als de verlichting in een ruimte volledig uitvalt. NEN laat zelf de opstelling ‘2 x 4 eindgroepen’ zien, met de natte en droge groepen verdeeld over beide aardlekschakelaars. Verder tel je je groepen, deel je door vier en rond je naar boven af. Bij 3-fase krijgt elke fase zijn eigen 2-polige aardlekschakelaars: NEN 1010:2015 raadde 1-fase groepen achter een 4-polige aardlek van 30 mA af. Hoe je ze aansluit, lees je in hoe sluit ik een aardlekschakelaar of automaat aan, en welk type je kiest in aardlekschakelaar type A, AC of B.
Aardlekautomaat per groep of aardlekschakelaars?
Met een aardlekautomaat per groep legt een lekstroom alleen die ene groep plat, en tellen de lekstromen van verschillende apparaten niet bij elkaar op. NEN noemt die onderverdeling bij bepaling 531.3.2 zelf als oplossing. Het nadeel is de prijs: een aardlekautomaat is duurder dan een installatieautomaat. Een vergelijking voor 12 gewone groepen, met componenten uit ons assortiment:
| Aardlekschakelaars + automaten | Aardlekautomaat per groep | |
|---|---|---|
| Onderdelen | 3 aardlekschakelaars 2-polig + 12 installatieautomaten B16 | 12 aardlekautomaten B16, 1 module |
| Modules | 3 x 2 + 12 x 1 = 18 | 12 x 1 = 12 |
| Bij een lekstroom valt uit | tot 4 groepen | 1 groep |
| Lekstromen tellen op | over max. 4 groepen | niet |
| Materiaalkosten | lager | hoger: een aardlekautomaat kost per groep meer dan een installatieautomaat |
Vergeleken met Chint aardlekschakelaar 40 A 30 mA, Chint installatieautomaat B16 (NBH8) en Chint aardlekautomaat B16 (NB2LE). De actuele prijzen staan op de productpagina's.
Let wel op de breedte. Van de 1-fase aardlekautomaten in ons assortiment is ongeveer een derde 1 module breed, de rest 2. Met exemplaren van 2 modules wordt de kast met aardlekautomaten juist groter: 24 modules in plaats van 18. De rekentool kiest de smalle uitvoering waar die in de gevraagde stroom en karakteristiek leverbaar is. Een 1-fase aardlekautomaat C40 voor een laadpaal van 7,4 kW is er bijvoorbeeld alleen in 2 modules. In ons assortiment is elke 3-fase aardlekautomaat 4 modules breed.
Groepen verdelen over drie fasen
Bij een 3-fase aansluiting heeft elke fase zijn eigen hoofdzekering, bijvoorbeeld 25 A. Zet je de zware groepen op dezelfde fase, dan springt die zekering eerder dan nodig. Een vaste normregel voor de verdeling is er niet. Het uitgangspunt is zo gelijk mogelijk:
- 3-fase groepen, zoals een laadpaal van 11 of 22 kW, een 3-fase warmtepomp of een saunakachel, belasten alle fasen gelijk.
- Een kookgroep van 2 x 16 A gebruikt twee fasen. Beide fasen moeten achter dezelfde aardlekbeveiliging; Etna schrijft dat in de handleiding voor. Bij 3-fase is een 4-polige aardlekautomaat B16 de compacte oplossing.
- Verdeel daarna de 1-fase groepen, zwaarste eerst: oven, warmtepomp, wasmachine, droger, vaatwasser.
- Zet twee groepen van dezelfde ruimte op verschillende fasen. Valt er één weg, dan blijft er licht.
De rekentool doet dit automatisch en laat per fase het aantal groepen en de som van de nominale stromen zien. Die som is geen werkelijke belasting, want niet alles staat tegelijk aan. Of je aansluiting de gelijktijdige belasting aankan, reken je na met de aansluitwaarde-check. Welke hoofdschakelaar bij je aansluiting hoort, lees je in welke hoofdschakelaar heb je nodig voor je meterkast.
Hoe groot moet de groepenkast zijn?
Een groepenkast meet je in modules van 17,5 mm op de DIN-rail, niet in groepen. Dit zijn de breedtes waarmee de rekentool rekent, dezelfde als in groepenkast uitbreiden:
| Component | 1-fase | 3-fase |
|---|---|---|
| Hoofdschakelaar | 2 | 4 |
| Aardlekschakelaar | 2 | 4 |
| Installatieautomaat | 1 | 4 |
| Kookgroepautomaat 2-polig + 2 nul | 2 | n.v.t. |
| Aardlekautomaat | 1 of 2 | 4 |
| Overspanningsbeveiliging (reservering) | 2 | 4 |
Modules van 17,5 mm. De breedte van een aardlekautomaat verschilt per type: kijk naar de specificatie op de productpagina.
NEN 1010 en NPR 5310 schrijven geen reserve voor. Wij adviseren 20% vrije ruimte, met een minimum van 2 modules. Bijna elke woning krijgt binnen een paar jaar een laadpaal, een warmtepomp, een thuisbatterij of een extra airco-unit. Zit de kast dan vol, dan moet er een uitbreidingskast naast.
Rijen en kastmaten
Een aardlekschakelaar en de automaten erachter horen op één rij, omdat ze met een kamrail aan elkaar zitten. Een kast met in totaal genoeg modules kan daardoor toch te klein zijn. De rekentool verdeelt de blokken over de rijen en kiest de kleinste kast uit ons assortiment: 1x12, 1x18, 2x12, 2x18 of 2x24 modules. Past het niet in één kast, dan adviseert hij een hoofdkast met een uitbreidingskast ernaast.
Complete groepenkast of zelf samenstellen?
We hebben twee complete sets: de Chint groepenkast compleet 3-fase 2x12 en de Schneider groepenkastset 2x12. Beide bevatten een hoofdschakelaar 4-polig 40 A, 3 aardlekschakelaars van 30 mA type A en 12 installatieautomaten B16. Een set is goedkoper dan dezelfde onderdelen los, maar er past geen kookgroep, laadpaal of 3-fase groep in. Kies je in de rekentool voor aardlekschakelaars, dan zie je of jouw ontwerp in de set past.
Veelgemaakte fouten
- Zelf samenstellen zonder te weten wat dat betekent. Wie een verdeler samenstelt, wordt volgens NEN de fabrikant ervan en hoort een CE-verklaring volgens NEN-EN-IEC 61439-3 mee te leveren. Laat de kast bouwen en aansluiten door een installateur die daarvoor is aangewezen (NEN 3140).
- Een kookgroep op twee losse aardlekautomaten. Dan zitten de twee fasen niet achter één aardlekbeveiliging, terwijl onder meer Etna dat voorschrijft.
- Wasmachine, droger en vaatwasser achter één aardlekschakelaar. Hun lekstromen tellen op tot boven de 9 mA die NEN 1010:2020 bij een aardlek van 30 mA toestaat. Gevolg: uitschakelen zonder dat er iets kapot is.
- Aardlekautomaten bestellen zonder op de breedte te letten. Twaalf exemplaren van 2 modules in plaats van 1 kosten je een hele rij extra.
- Een laadpaal achter een gedeelde aardlek. NEN 1010 (722.411.3.3) eist per aansluitpunt een eigen aardlekbeveiliging van 30 mA die niets anders beschermt: type B, of type A met 6 mA DC-detectie in de lader. Is je aansluiting krap, lees dan laadpaal met load balancing.
- Een omvormer of thuisbatterij op een bestaande groep. Zonnepanelen horen op een aparte eindgroep zonder andere verbruikers. NEN 1010 (712.530.3.101) vraagt type B, tenzij de fabrikant van de omvormer verklaart dat dat niet nodig is. Voor een hybride omvormer telt de ingangsstroom met back-up, niet het nominale vermogen.
- Geen ruimte voor overspanningsbeveiliging. NEN 1010:2020 (443.4) maakt die verplicht bij onder meer commerciële activiteiten en kantoren; voor een woning volgt het uit een risicoberekening (443.5). Reserveer de ruimte, ook als je hem nu niet plaatst.
Veelgestelde vragen over groepen
De vragen die we het vaakst krijgen over het aantal groepen en de groepenkast.
Voor licht en wandcontactdozen geeft NPR 5310 3 tot 9 groepen, afhankelijk van het woonoppervlak en hoe ruim je de woning uitrust. Een woning van 76 tot 150 m² in een normale uitvoering krijgt er 7. Daar komt een eigen groep bij voor elk zwaar apparaat: kookplaat, oven, wasmachine, droger, vaatwasser, cv-ketel en eventueel warmtepomp, laadpaal of zonnepanelen. Een tussenwoning komt zo op 12 tot 16 groepen.
NEN 1010:2015 staat maximaal vier eindgroepen toe per aardlekschakelaar van 30 mA, en naar die editie verwijst het Besluit bouwwerken leefomgeving in 2026 nog. NEN 1010:2020 noemt geen aantal meer, maar eist dat de lekstroom bij normaal gebruik onder 0,3 keer de aanspreekstroom blijft: 9 mA bij een aardlek van 30 mA. NPR 5310:2024 adviseert vier. Houd dus vier aan, en zet niet meer dan twee natte groepen zoals wasmachine en vaatwasser achter dezelfde aardlekschakelaar.
NEN 1010 noemt daar geen vast maximum voor, en het verplichte aantal wandcontactdozen per woning is uit de editie van 2020 geschrapt. Wat telt is de belasting: een groep van 16 A levert bij 230 V hooguit 3.680 W. Verdeel de wandcontactdozen van een grote ruimte zoals de woonkamer over twee groepen, en geef zware vaste apparaten een eigen groep.
Een inductiekookplaat met perilex-aansluiting gebruikt een kookgroep van 2 x 16 A: twee groepen, die bij 3-fase op twee verschillende fasen komen. Beide moeten achter dezelfde aardlekbeveiliging, bijvoorbeeld een 4-polige aardlekautomaat B16. Op een 1-fase aansluiting stel je de kookplaat meestal in op één groep van 16 A met een vermogensbegrenzer op ongeveer 3,7 kW. De oven en de vaatwasser krijgen elk een eigen groep.
Ja. Voor een laadpaal eist NEN 1010:2020 per aansluitpunt een eigen eindgroep en een eigen aardlekbeveiliging van 30 mA die niets anders beschermt: type B, of type A met een detectie die bij 6 mA gelijkstroom afschakelt. Zonnepanelen horen op een aparte eindgroep zonder andere verbruikers. Een warmtepomp krijgt een eigen groep met de automaat uit de handleiding, meestal C16, een eigen aardlekschakelaar type B (tenzij de handleiding type A noemt) en een werkschakelaar bij de buitenunit.
Zoveel als er in je kast passen: het aantal groepen hangt niet af van de aansluitwaarde. De grens zit in wat er tegelijk aan staat. Een aansluiting van 3x25 A levert hooguit 3 x 25 A x 230 V = 17,25 kW, met 25 A per fase. Een laadpaal van 11 kW, een warmtepomp en een inductiekookplaat tegelijk passen daar niet in zonder load balancing.
Waar de getallen vandaan komen
De rekentool gebruikt tabel 2 en 3 van NPR 5310 (blad 51) voor het aantal groepen en de bepalingen 314, 411.3.3, 411.3.4, 443, 510.4.2, 531.3.2, 712 en 722 uit NEN 1010:2020, zoals NEN die in zijn presentaties over de 2020-editie toelicht, plus bepaling 531.2.1.3 uit NEN 1010:2015. De automaatwaarden komen uit installatiehandleidingen van onder meer Alfen, Zaptec, Easee, Vaillant, Remeha, Bosch, Intergas, Etna, Quooker, Sofar, Harvia en APsystems; de modulebreedtes en producten uit ons eigen assortiment.
De uitkomst is een indicatief ontwerp. De installateur blijft verantwoordelijk voor het ontwerp, de aanleg en de keuring, en de eisen van de fabrikant van het apparaat gaan altijd voor.
Versie 1.0, oktober 2026. Vragen, of denk je dat er iets niet klopt? Bel ons technische team op 030 369 0769 of mail naar info@mavafoqus.com.
Alle onderdelen voor je groepenkast
Hoofdschakelaars, aardlekschakelaars, aardlekautomaten, installatieautomaten, kasten en kamrails haal je bij ons in Utrecht of laat je bezorgen. Twijfel je over je ontwerp? Bel onze specialisten op 030 369 0769, dan rekenen we met je mee.
Aardlekautomaten · Aardlekschakelaars · Installatieautomaten · Hoofdschakelaars · Groepenkasten · Uitbreidingskasten
Meer rekentools: Kabeldikte berekenen · Welke automaat heb ik nodig? · Aansluitwaarde-check · kW, ampère en watt omrekenen · Buisvulling en mantelbuis · Alle rekentools
Verder lezen: Groepenkast uitbreiden · Aardlekschakelaar of automaat aansluiten · Aardlekschakelaar type A, AC of B · Aardlekbeveiliging voor krachtstroom · Welke hoofdschakelaar · Thuisbatterij
To install this Web App in your iPhone/iPad press
and then Add to Home Screen.