Home › Rekentools › kW naar ampère omrekenen
kW naar ampère omrekenen: rekentool voor watt, kVA en 3-fase
Met deze rekentool reken je kW naar ampère om, en net zo makkelijk ampère naar watt of kW en kVA naar ampère. Voor 1-fase 230 V, 3-fase 400 V en gelijkstroom, met de cos φ die hoort bij wat je aansluit.
Een kale omrekening zegt in de meterkast nog weinig. Daarom zie je er meteen bij welke automaat past, of het op een groep van 16 A kan en hoeveel van een 3x25A-aansluiting het gebruikt. Verderop staan de formules, omrekentabellen en de fouten die we in de praktijk het vaakst tegenkomen.
✓ kW, watt, ampère en kVA in alle richtingen ✓ 1-fase, 3-fase en gelijkstroom ✓ Met automaat, groep en aansluitwaarde
kW naar ampère omrekenen: de formules
Stroom en vermogen hangen samen via de spanning. Bij wisselstroom komt daar de arbeidsfactor cos φ bij, en bij 3-fase de factor √3. Reken het vermogen eerst om naar watt (1 kW = 1.000 W), dan kloppen de formules.
| Aansluiting | kW naar ampère | Ampère naar kW | kVA naar ampère |
|---|---|---|---|
| 1-fase 230 V | I = P / (230 × cos φ) | P = 230 × I × cos φ | I = S / 230 |
| 3-fase 400 V | I = P / (√3 × 400 × cos φ) | P = √3 × 400 × I × cos φ | I = S / (√3 × 400) |
| Gelijkstroom | I = P / U | P = U × I | n.v.t. |
P = vermogen in watt, S = schijnbaar vermogen in VA, I = stroom in ampère (bij 3-fase per fase), √3 × 400 = 692,8.
Rekenvoorbeeld 1-fase
Een elektrische kachel van 2 kW: I = 2.000 / 230 = 8,7 A. Een motor die 2 kW opneemt met cos φ 0,85: I = 2.000 / (230 × 0,85) = 10,2 A. Hetzelfde vermogen, maar 18% meer stroom. Daarom vraagt de rekentool wat je aansluit.
Rekenvoorbeeld 3-fase
Een laadpaal van 11 kW met cos φ 0,99: I = 11.000 / (√3 × 400 × 0,99) = 11.000 / 685,9 = 16,0 A per fase. Dat is de 16 A laadstroom die op de laadpaal staat. 3x16 A betekent 16 A in elk van de drie fasen, niet 48 A bij elkaar.
Omrekentabel: hoeveel kW is 16, 25 of 32 ampère?
Het vermogen per automaat of hoofdzekering, bij cos φ 1. Dat geldt voor verwarming, boilers en kookplaten; een laadpaal (cos φ 0,99) zit er vlak onder. Voor apparaten met een lagere cos φ vermenigvuldig je het vermogen met die waarde.
| Ampère | 1-fase 230 V | 3-fase 400 V | Waar kom je het tegen |
|---|---|---|---|
| 6 A | 1,38 kW | 4,2 kW | lichtgroep |
| 10 A | 2,30 kW | 6,9 kW | lichtgroep, kleine apparaten |
| 13 A | 2,99 kW | 9,0 kW | standaardwaarde, in woningen weinig gebruikt |
| 16 A | 3,68 kW | 11,1 kW | gewone groep; 3x16 A: laadpaal 11 kW |
| 20 A | 4,60 kW | 13,9 kW | groep voor een laadpaal met 16 A laadstroom (Alfen) |
| 25 A | 5,75 kW | 17,3 kW | hoofdzekering 1x25A en 3x25A |
| 32 A | 7,36 kW | 22,2 kW | laadpaal 7,4 kW (1-fase) of 22 kW (3-fase) |
| 35 A | 8,05 kW | 24,2 kW | hoofdzekering 1x35A en 3x35A |
| 40 A | 9,20 kW | 27,7 kW | hoofdzekering 1x40A en 3x40A; groep voor een laadpaal met 32 A |
| 50 A | 11,50 kW | 34,6 kW | hoofdzekering 3x50A |
| 63 A | 14,49 kW | 43,6 kW | hoofdzekering 3x63A |
| 80 A | 18,40 kW | 55,4 kW | hoofdzekering 3x80A, de zwaarste kleinverbruikaansluiting |
Een B16-automaat op een 1-fase groep is dus goed voor 3.680 W, een 3-polige B16 voor 11,1 kW. De letter B of C zegt hoe snel de automaat bij kortsluiting afschakelt, niet hoeveel vermogen erop mag. 35 A is geen maat voor een installatieautomaat, wel voor de hoofdzekering van de netbeheerder.
Watt en kW naar ampère: tabel
Hoeveel ampère trekt een apparaat van 1.500 of 2.200 W? Lees het af in deze tabel. De 1-fase kolom geldt bij cos φ 1; de laatste kolom laat zien hoeveel meer stroom een 3-fase motor met cos φ 0,85 vraagt bij hetzelfde opgenomen vermogen. Boven 9,2 kW (1x40A) is 1-fase in een woning niet meer realistisch.
| Vermogen | 1-fase 230 V | 3-fase 400 V | 3-fase, cos φ 0,85 | Bijvoorbeeld |
|---|---|---|---|---|
| 800 W | 3,5 A | 1,2 A | 1,4 A | magnetron |
| 1.000 W | 4,3 A | 1,4 A | 1,7 A | |
| 1.500 W | 6,5 A | 2,2 A | 2,5 A | airfryer, föhn |
| 2.000 W | 8,7 A | 2,9 A | 3,4 A | elektrische kachel |
| 2.200 W | 9,6 A | 3,2 A | 3,7 A | waterkoker, wasmachine, close-in boiler |
| 2.500 W | 10,9 A | 3,6 A | 4,2 A | |
| 3.000 W | 13,0 A | 4,3 A | 5,1 A | elektrische boiler |
| 3.500 W | 15,2 A | 5,1 A | 5,9 A | |
| 3.680 W | 16,0 A | 5,3 A | 6,2 A | maximum van een groep van 16 A |
| 5.000 W | 21,7 A | 7,2 A | 8,5 A | omvormer zonnepanelen 5 kW |
| 7.400 W | 32,2 A | 10,7 A | 12,6 A | laadpaal 7,4 kW of inductiekookplaat |
| 11 kW | n.v.t. | 15,9 A | 18,7 A | laadpaal 11 kW |
| 22 kW | n.v.t. | 31,8 A | 37,4 A | laadpaal 22 kW |
kVA naar ampère en kW
kVA is het schijnbaar vermogen: spanning maal stroom. kW is het deel dat echt wordt omgezet in warmte, licht of beweging. Het verschil zit in de cos φ. Daarnaast is er blindvermogen (kvar): energie die heen en weer pendelt, bijvoorbeeld om het magneetveld van een motor op te bouwen. Het levert geen arbeid, maar de kabel en de automaat moeten hem wel voeren.
kW = kVA × cos φ · kVA² = kW² + kvar²
Voorbeeld: 10 kVA bij cos φ 0,8 is 8 kW werkelijk vermogen en 6 kvar blindvermogen.
Transformatoren, aggregaten, omvormers en netaansluitingen hebben een kVA-waarde, omdat de stroom hun grens bepaalt, wat je er ook op aansluit. Aggregaten worden meestal opgegeven bij cos φ 0,8: een aggregaat van 20 kVA levert dan 16 kW. Voor de stroom heb je de cos φ niet nodig.
| Schijnbaar vermogen | 1-fase 230 V | 3-fase 400 V | kW bij cos φ 0,8 | Waar kom je het tegen |
|---|---|---|---|---|
| 5 kVA | 21,7 A | 7,2 A | 4,0 kW | kleine omvormer of aggregaat |
| 10 kVA | 43,5 A | 14,4 A | 8,0 kW | aggregaat |
| 17,3 kVA | n.v.t. | 25,0 A | 13,8 kW | aansluiting 3x25A |
| 20 kVA | n.v.t. | 28,9 A | 16,0 kW | aggregaat bouwplaats |
| 30 kVA | n.v.t. | 43,3 A | 24,0 kW | aggregaat |
| 50 kVA | n.v.t. | 72,2 A | 40,0 kW | aggregaat, kleine bedrijfsaansluiting |
| 100 kVA | n.v.t. | 144,3 A | 80,0 kW | transformator |
| 160 kVA | n.v.t. | 230,9 A | 128,0 kW | transformator |
| 250 kVA | n.v.t. | 360,8 A | 200,0 kW | transformator |
| 400 kVA | n.v.t. | 577,4 A | 320,0 kW | transformator |
| 630 kVA | n.v.t. | 909,3 A | 504,0 kW | transformator (wijkstation) |
| 1.000 kVA | n.v.t. | 1.443,4 A | 800,0 kW | transformator |
Welke cos φ hoort bij jouw apparaat?
De arbeidsfactor cos φ zegt welk deel van de stroom echt vermogen levert. Bij een kachel is dat alles (cos φ 1). Bij een motor loopt de stroom achter op de spanning en heb je meer stroom nodig voor hetzelfde vermogen. Deze waarden gebruikt de rekentool:
| Apparaat | cos φ | Toelichting |
|---|---|---|
| Verwarming, boiler, oven, waterkoker | 1 | zuivere weerstand: stroom en spanning lopen gelijk op |
| Inductiekookplaat | 0,98 | bijna 1 |
| Laadpaal (elektrische auto) | 0,99 | de lader in de auto corrigeert de cos φ |
| Omvormer zonnepanelen, thuisbatterij | 1 | standaardinstelling; de netbeheerder kan iets anders vragen |
| Warmtepomp, airco met inverter | 0,95 | kijk in de handleiding naar de maximale stroom |
| Elektromotor zonder regelaar (pomp, compressor) | 0,8 tot 0,9 | staat op het typeplaatje; kleine motoren zitten lager |
| LED-lamp op 230 V boven 25 W | minimaal 0,9 | EU-eis (Verordening 2019/2020); 10 tot 25 W: 0,7, 5 tot 10 W: 0,5 |
| Losse LED-driver | zie datablad | meestal 0,9 of hoger bij vol vermogen, lager bij deellast |
| Onbekend | 0,8 | daarmee zit je bij kW naar ampère vrijwel altijd aan de veilige kant |
Staat de cos φ op het typeplaatje (soms als PF of λ), gebruik dan die waarde. Bij LED-verlichting is de werkelijke arbeidsfactor vaak nog wat lager dan de cos φ, omdat de stroom niet mooi sinusvormig is.
Let op bij motoren: asvermogen is niet opgenomen vermogen
Het kW-getal op een motor is het vermogen aan de as. Door verliezen neemt de motor meer op uit het net: asvermogen gedeeld door het rendement (η). Sinds juli 2021 moeten de meeste nieuwe 3-fase motoren van 0,75 tot 1.000 kW minimaal klasse IE3 halen (EU-verordening 2019/1781). Voor 4-polige motoren op 50 Hz horen daar deze rendementen bij (IEC 60034-30-1:2014):
| Asvermogen | Rendement IE3 |
|---|---|
| 0,75 kW | 82,5% |
| 1,5 kW | 85,3% |
| 4 kW | 88,6% |
| 7,5 kW | 90,4% |
| 11 kW | 91,4% |
Rekenvoorbeeld: een pomp van 4 kW met η 88,6% en cos φ 0,82 op het typeplaatje neemt 4.000 / 0,886 = 4.515 W op. De stroom is 4.515 / (692,8 × 0,82) = 7,9 A per fase. Reken je met 4 kW en cos φ 1, dan kom je op 5,8 A, terwijl de motor 38% meer trekt. In de rekentool kies je bij een elektromotor voor "asvermogen" en vul je het rendement in.
Waarom √3? Fasespanning, lijnspanning en ster of driehoek
Een 3-fase aansluiting heeft drie fasen van elk 230 V ten opzichte van de nul. De fasen lopen 120 graden na elkaar. Meet je tussen twee fasen, dan tel je die spanningen op met hun hoek en kom je op 230 × √3 = 398 V, afgerond 400 V. Dat is de lijnspanning (of gekoppelde spanning); de 230 V tussen fase en nul heet de fasespanning.
Het totale vermogen is drie keer het vermogen van één fase: 3 × 230 × I × cos φ. Omdat 230 = 400 / √3, is dat hetzelfde als √3 × 400 × I × cos φ. Daar komt de √3 in de formule vandaan.
Waarom je soms 17,25 en soms 17,3 kVA ziet
Voor 3x25A geeft 3 × 230 × 25 = 17.250 VA en √3 × 400 × 25 = 17.321 VA. Het verschil komt doordat 400 / √3 eigenlijk 230,9 V is. Beide zijn goed; de rekentool rekent zoals de kabeldikte calculator met √3 × 400 V. Afgerond is het 17 kW.
Ster of driehoek
In een sterschakeling hangt elk element tussen een fase en het sterpunt en krijgt het 230 V. In een driehoekschakeling hangt elk element tussen twee fasen en krijgt het 400 V. Dat maakt veel uit. Een saunakachel van 9 kW heeft drie elementen van 3 kW voor 230 V (elk 17,6 Ω). In ster trekt hij 13,0 A per fase. Sluit je dezelfde elementen in driehoek aan, dan wordt elk element 9,1 kW, samen 27,2 kW en 39 A per fase: de elementen branden door en de groep schakelt af.
Op het typeplaatje van een motor staat daarom vaak twee spanningen. 230/400 V Δ/Y betekent: op ons 400 V-net in ster (Y). 400/690 V Δ/Y betekent: in driehoek (Δ). Het vermogen en de stroom in de leiding zijn in beide gevallen gelijk, zolang de motor op de juiste manier is aangesloten.
Een bekende fout is rekenen met 3 × 400 V. Dan wordt 3x16 A ineens 19.200 W in plaats van 11.085 W: 73% te hoog.
Hoeveel watt mag er op een groep?
Een 1-fase groep met een automaat van 16 A levert maximaal 16 × 230 = 3.680 W. Dat is voor alles wat tegelijk aanstaat op die groep. Een waterkoker van 2,2 kW en een airfryer van 1,5 kW samen is 3,7 kW, ofwel 16,1 A: net te veel.
Een installatieautomaat schakelt niet direct af bij een kleine overbelasting. Volgens de productnorm (NEN-EN-IEC 60898-1) blijft hij minstens een uur ingeschakeld bij 1,13 keer de nominale stroom en schakelt hij binnen een uur af bij 1,45 keer. Bij een B16 is dat 18 en 23 A. Bij kortsluiting schakelt hij direct af: een B-automaat tussen 3 en 5 keer de nominale stroom, een C-automaat tussen 5 en 10 keer. Daarom krijgen motoren en apparaten met een hoge inschakelstroom vaak een C-automaat.
Voor apparaten die urenlang vol vermogen trekken, houden fabrikanten marge aan. Alfen schrijft voor een laadpaal met 16 A laadstroom een automaat van 20 A voor, en bij 32 A een van 40 A. B of C is daarbij toegestaan; C is aanbevolen, tenzij de fabrikant iets anders zegt. Een laadpunt krijgt altijd een eigen groep.
Een inductiekookplaat van 7,4 kW hangt meestal aan twee groepen van 16 A (perilex): 2 × 3,68 = 7,36 kW. Wil je weten hoeveel groepen je in totaal nodig hebt, kijk dan bij hoeveel groepen heb ik nodig. Past er in een bestaande kast nog een groep bij? Lees groepenkast uitbreiden.
Hoeveel kW kan een kabel van 2,5 mm² aan?
Dat hangt af van hoe de kabel ligt en hoe lang hij is. Deze tabel komt uit onze kabeldikte calculator: de grootste automaat per doorsnede bij één stroomkring en 30 °C, met het vermogen bij cos φ 1.
| Doorsnede | 1-fase, draad in buis | 3-fase, kabel in buis |
|---|---|---|
| 1,5 mm² | 16 A (3,7 kW) | 13 A (9,0 kW) |
| 2,5 mm² | 20 A (4,6 kW) | 20 A (13,9 kW) |
| 4 mm² | 32 A (7,4 kW) | 25 A (17,3 kW) |
| 6 mm² | 40 A (9,2 kW) | 32 A (22,2 kW) |
| 10 mm² | 50 A (11,5 kW) | 40 A (27,7 kW) |
In een woning zit 2,5 mm² meestal op een groep van 16 A, dus 3,68 kW. Bij een lange kabel wordt het spanningsverlies bepalend en heb je een dikkere kabel nodig. In de rekentool klik je na het omrekenen door naar de kabeldikte calculator: de stroom staat dan al ingevuld.
Past het op je aansluiting?
De hoofdzekering van de netbeheerder bewaakt elke fase apart. Op 3x25A mag er per fase 25 A lopen. Een 1-fase apparaat belast maar één fase: een laadpaal van 7,4 kW (32 A op één fase) past daarom niet op 3x25A zonder dat je de laadstroom begrenst. Een laadpaal van 11 kW verdeelt 16 A over drie fasen en gebruikt 64% van elke fase.
| Aansluiting | Schijnbaar vermogen | Per fase (230 V) | Netbeheerkosten per jaar (Liander 2026) |
|---|---|---|---|
| 1x25 A | 5,8 kVA | 5,75 kW | €478,04 |
| 1x35 A | 8,1 kVA | 8,05 kW | €478,04 |
| 1x40 A | 9,2 kVA | 9,20 kW | €478,04 |
| 3x25 A | 17,3 kVA | 5,75 kW | €478,04 |
| 3x35 A | 24,2 kVA | 8,05 kW | €1.936,15 |
| 3x40 A | 27,7 kVA | 9,20 kW | €1.936,15 |
| 3x50 A | 34,6 kVA | 11,50 kW | €2.837,12 |
| 3x63 A | 43,6 kVA | 14,49 kW | €3.746,56 |
| 3x80 A | 55,4 kVA | 18,40 kW | €4.647,53 |
Vermogen bij 3-fase: √3 × 400 V × stroom. Netbeheerkosten per jaar incl. btw (aansluiting, vastrecht, capaciteitstarief en meting) volgens het tarievenblad van Liander 2026; Enexis en Stedin liggen in dezelfde orde, behalve dat Stedin 3x40A al in de categorie van 3x50A rekent. Tot en met 3x25A betaal je hetzelfde als bij 1-fase; de sprong naar 3x35A is groot.
Het percentage in de rekentool is het deel van één fase dat het apparaat gebruikt. Tel daar op wat er verder tegelijk aanstaat. Wil je dat voor je hele huis narekenen, gebruik dan de aansluitwaarde-check. Met load balancing past een laadpaal zijn laadstroom aan wat de aansluiting over heeft. Welke hoofdschakelaar bij je aansluiting hoort, lees je in welke hoofdschakelaar heb je nodig.
Veelgemaakte fouten
- Rekenen met 220 of 380 V. De netspanning is al jaren 230/400 V. Met 220 V kom je voor een groep van 16 A op 3.520 W in plaats van 3.680 W.
- 3 in plaats van √3. 3 × 400 V × 16 A geeft 19.200 W. Het goede antwoord is 11.085 W.
- 3x16 A optellen tot 48 A. De stroom geldt per fase. Een 3-fase apparaat van 3x16 A belast elke fase met 16 A.
- kVA en kW door elkaar. Een aggregaat van 20 kVA levert bij cos φ 0,8 maar 16 kW.
- Het motorvermogen als opgenomen vermogen gebruiken. Het typeplaatje noemt het asvermogen. De stroom staat er ook op: gebruik die.
- Warmte-kW van een warmtepomp invullen. Een warmtepomp van 7 kW levert 7 kW warmte, maar neemt elektrisch veel minder op. Vaillant geeft voor de aroTHERM plus 3,5 tot 7 kW maximaal 15 A en een automaat van 16 A.
- Bij een thuisbatterij alleen naar het nominale vermogen kijken. De maximale ingangsstroom kan veel hoger liggen: bij de Sofar ESI-10K-T1 is die 29 A tegen 14,5 A nominaal (bij 400 V), en dan hoort er een C32 bij. Meer over thuisbatterijen lees je in onze blog over thuisbatterijen.
- De automaat kiezen op het apparaat en de kabel vergeten. De automaat beschermt de kabel. Een zwaardere automaat mag alleen als de kabel die stroom ook aankan.
Waar de getallen vandaan komen
De rekentool rekent met de nominale netspanning van 230/400 V (IEC 60038); in de praktijk mag die volgens NEN-EN 50160 tot 10% afwijken. De automaatwaarden zijn de standaardwaarden uit NEN-EN-IEC 60898-1, gelijk aan die in onze kabeldikte calculator. De apparaatgegevens komen uit fabrikanthandleidingen (Alfen Eve, Vaillant aroTHERM plus, Intergas Xtend, Sofar ESI), de eis voor LED-lampen uit EU-verordening 2019/2020. Motorrendementen komen uit IEC 60034-30-1:2014, aansluittarieven uit het tarievenblad van Liander 2026.
De uitkomst is een omrekening, geen installatieontwerp. Volg altijd de handleiding van het apparaat en NEN 1010. Bij twijfel beslist een erkend installateur.
Veelgestelde vragen over kW, ampère en kVA
De omrekenvragen die we het vaakst krijgen, kort beantwoord.
Op 1-fase 230 V is 1 kW 4,35 A, bij cos φ 1. Op 3-fase 400 V is het 1,44 A per fase. Heeft het apparaat een lagere cos φ, dan wordt de stroom hoger: bij cos φ 0,85 is 1 kW op 230 V 5,1 A.
Op een 1-fase groep van 16 A is dat 16 × 230 V = 3.680 W, dus 3,68 kW. Bij 3-fase (3x16 A) is het √3 × 400 V × 16 A = 11,1 kW: het vermogen van een laadpaal van 11 kW. Beide getallen gelden bij cos φ 1.
√3 × 400 V × 25 A = 17,3 kVA, ongeveer 17 kW. Met 3 × 230 V × 25 A kom je op 17,25 kVA; het verschil zit alleen in de afronding van de spanning. Dat is het totaal voor het hele huis. Per fase mag er maximaal 25 A lopen, dus 5,75 kW op één fase.
Maximaal 3.680 W (16 A × 230 V) voor alles wat tegelijk aanstaat. De B zegt hoe snel de automaat bij kortsluiting afschakelt, niet hoeveel vermogen erop mag. Een kleine overbelasting houdt een automaat een tijd vol, maar bij 1,45 keer de nominale stroom schakelt hij binnen een uur af. Apparaten die urenlang vol vermogen trekken, zoals een laadpaal, krijgen een eigen groep.
Deel het schijnbaar vermogen door de spanning. 1-fase: I = kVA × 1000 / 230. 3-fase: I = kVA × 1000 / (√3 × 400). Een aggregaat van 20 kVA levert 3-fase 28,9 A per fase, een transformator van 630 kVA 909 A. De cos φ heb je daarvoor niet nodig.
kW is het werkelijke vermogen dat wordt omgezet in warmte, licht of beweging. kVA is het schijnbaar vermogen: spanning maal stroom. Het verschil is de cos φ: kW = kVA × cos φ. Bij een kachel zijn ze gelijk, bij een motor met cos φ 0,8 is 10 kVA maar 8 kW. Kabels, automaten, aggregaten en aansluitingen worden belast door de stroom, dus door de kVA.
Van uitkomst naar meterkast
Weet je hoeveel ampère je nodig hebt? Wij leveren installatieautomaten van 6 tot 125 A, met B- en C-karakteristiek, voor 1-fase en 3-fase, van onder meer Chint, Noark, Eaton en ABB. Ophalen in Utrecht of laten bezorgen. Twijfel je over je berekening? Bel onze specialisten op 030 369 0769, dan rekenen we met je mee.
Veelgevraagde automaten
Andere rekentools
To install this Web App in your iPhone/iPad press
and then Add to Home Screen.