Een kabel die op papier dik genoeg is, kan in de praktijk toch te warm worden of te veel spanning verliezen. Drie groepen in één buis, een warme zolder of een laadpaal achter in de tuin: het telt allemaal mee.
De meeste rekentools kijken alleen naar spanningsverlies. Met deze kabeldikte calculator bereken je de kabeldoorsnede (aderdikte) in mm² op de drie eisen uit NEN 1010: stroombelastbaarheid, spanningsverlies en uitschakeling bij kortsluiting. Je ziet meteen welke eis de doorslag geeft en welke kabel uit ons assortiment past. Verderop staan de tabellen, formules en vuistregels om het zelf na te rekenen.
✓ Rekent volgens NEN 1010 (IEC 60364-5-52) ✓ 1-fase, 3-fase en gelijkstroom ✓ 42 toepassingen, van laadpaal tot warmtepomp
Zo rekent de calculator
Een kabel moet aan drie eisen voldoen. De calculator rekent ze alle drie door en kiest de kleinste standaarddoorsnede die overal aan voldoet. In het resultaat zie je welke eis de doorslag gaf.
Stroombelastbaarheid
De kabel mag niet te warm worden. Hoeveel stroom hij mag voeren (Iz) hangt af van de legwijze, de omgevingstemperatuur en het aantal kabels dat samen ligt. De voorwaarde is Ib ≤ In ≤ Iz: belastingstroom, automaat, kabel. Bij een smeltpatroon (gG) is de eis strenger: In ≤ 0,9 × Iz.
Spanningsverlies
Hoe langer en dunner de kabel, hoe meer spanning er onderweg verloren gaat. NEN 1010 staat maximaal 5% toe tussen de meter en het aansluitpunt. Voor een eindgroep houden we 3% aan, zodat er marge blijft.
Uitschakeling bij kortsluiting
Bij een kortsluiting aan het eind van de kabel moet de automaat direct afschakelen. Bij een lange, dunne kabel is de kortsluitstroom daarvoor te laag. Met een C-automaat is de maximale lengte ongeveer half zo lang als met een B-automaat.
Uitgangspunten
- Koperen geleiders en de tabellen uit NEN 1010 bijlage 52.B, die gelijk zijn aan IEC 60364-5-52.
- Standaard de waarden voor 70 °C, ook voor kabels met XLPE-isolatie zoals moderne YMvK. Automaten, aardlekschakelaars en klemmen zijn in de regel alleen beproefd voor een geleidertemperatuur van 70 °C. Rekenen met 90 °C kan, onder de geavanceerde instellingen.
- Referentie: 30 °C in de lucht en 20 °C in de grond. Is het warmer, dan rekent de calculator met een correctiefactor; is het kouder, dan rekent hij voorzichtig met de referentiewaarde.
- Spanningsverlies met ρ = 0,0225 Ω·mm²/m (koper op bedrijfstemperatuur) en λ = 0,08 mΩ/m, zoals in NEN 1010 bijlage 52.G.
- Bij 3-fase drie belaste aders; de nul draagt bij een gelijkmatige belasting geen stroom.
- Soepele geleiders (H07V-K-draad en solarkabel) hebben circa 7,7% meer weerstand; de calculator rekent dat mee bij het spanningsverlies.
- Uitschakeling: de automaat schakelt uiterlijk bij 5 × In (B), 10 × In (C) of 20 × In (D) gegarandeerd magnetisch af. Standaard rekent de calculator met de conventionele methode (0,8 × U0). Vul je een gemeten netimpedantie in, dan telt ook die mee.
Kabeldikte tabel: hoeveel ampère mag er door een kabel?
Deze tabellen geven de toelaatbare stroom Iz in ampère voor koperen kabels bij 70 °C, één stroomkring en 30 °C in de lucht of 20 °C in de grond. Het zijn de waarden uit NEN 1010 bijlage 52.B. Liggen er meer kabels samen of is het warmer, dan wordt de toelaatbare stroom lager. De calculator rekent dat voor je uit.
1-fase (2 belaste aders), stroom in ampère
| mm² | In geïsoleerde wand A2 | Draad in buis B1 | Kabel in buis B2 | Op de wand C | Op geperforeerde goot of ladder E | Mantelbuis in grond D1 | Direct in grond D2 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1,5 | 14 | 17,5 | 16,5 | 19,5 | 22 | 22 | 22 |
| 2,5 | 18,5 | 24 | 23 | 27 | 30 | 29 | 28 |
| 4 | 25 | 32 | 30 | 36 | 40 | 37 | 38 |
| 6 | 32 | 41 | 38 | 46 | 51 | 46 | 48 |
| 10 | 43 | 57 | 52 | 63 | 70 | 60 | 64 |
| 16 | 57 | 76 | 69 | 85 | 94 | 78 | 83 |
| 25 | 75 | 101 | 90 | 112 | 119 | 99 | 110 |
| 35 | 92 | 125 | 111 | 138 | 148 | 119 | 132 |
| 50 | 110 | 151 | 133 | 168 | 180 | 140 | 156 |
| 70 | 139 | 192 | 168 | 213 | 232 | 173 | 192 |
| 95 | 167 | 232 | 201 | 258 | 282 | 204 | 230 |
3-fase (3 belaste aders), stroom in ampère
| mm² | In geïsoleerde wand A2 | Draad in buis B1 | Kabel in buis B2 | Op de wand C | Op geperforeerde goot of ladder E | Mantelbuis in grond D1 | Direct in grond D2 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1,5 | 13 | 15,5 | 15 | 17,5 | 18,5 | 18 | 19 |
| 2,5 | 17,5 | 21 | 20 | 24 | 25 | 24 | 24 |
| 4 | 23 | 28 | 27 | 32 | 34 | 30 | 33 |
| 6 | 29 | 36 | 34 | 41 | 43 | 38 | 41 |
| 10 | 39 | 50 | 46 | 57 | 60 | 50 | 54 |
| 16 | 52 | 68 | 62 | 76 | 80 | 64 | 70 |
| 25 | 68 | 89 | 80 | 96 | 101 | 82 | 92 |
| 35 | 83 | 110 | 99 | 119 | 126 | 98 | 110 |
| 50 | 99 | 134 | 118 | 144 | 153 | 116 | 130 |
| 70 | 125 | 171 | 149 | 184 | 196 | 143 | 162 |
| 95 | 150 | 207 | 179 | 223 | 238 | 169 | 193 |
Een voorbeeld: 2,5 mm² als draad in buis (B1) mag 1-fase 24 A voeren. De automaat mag daar niet boven komen, dus maximaal 20 A. Ligt een kabel van 2,5 mm² op de wand (C), dan is het 27 A en past er een automaat van 25 A op.
Hoeveel ampère en kW kan een kabel aan?
In de praktijk wil je vooral weten welke automaat er op een kabel mag, en hoeveel vermogen je daarmee kwijt kunt. Dat staat in deze tabel: de grootste installatieautomaat per doorsnede, met tussen haakjes het vermogen bij cos φ = 1. Uitgangspunt is één stroomkring bij 30 °C (20 °C in de grond).
| mm² | 1-fase, draad in buis | 1-fase, kabel op de wand | 3-fase, kabel in buis | 3-fase, in de grond |
|---|---|---|---|---|
| 1,5 | 16 A (3,7 kW) | 16 A (3,7 kW) | 13 A (9,0 kW) | 16 A (11,1 kW) |
| 2,5 | 20 A (4,6 kW) | 25 A (5,8 kW) | 20 A (13,9 kW) | 20 A (13,9 kW) |
| 4 | 32 A (7,4 kW) | 32 A (7,4 kW) | 25 A (17,3 kW) | 32 A (22,2 kW) |
| 6 | 40 A (9,2 kW) | 40 A (9,2 kW) | 32 A (22,2 kW) | 40 A (27,7 kW) |
| 10 | 50 A (11,5 kW) | 63 A (14,5 kW) | 40 A (27,7 kW) | 50 A (34,6 kW) |
| 16 | 63 A (14,5 kW) | 80 A (18,4 kW) | 50 A (34,6 kW) | 63 A (43,6 kW) |
| 25 | 100 A (23,0 kW) | 100 A (23,0 kW) | 80 A (55,4 kW) | 80 A (55,4 kW) |
| 35 | 125 A (28,8 kW) | 125 A (28,8 kW) | 80 A (55,4 kW) | 100 A (69,3 kW) |
Let op: deze tabel kijkt alleen naar opwarming. Bij langere kabels is het spanningsverlies vaak bepalend. Kijk daarvoor naar de maximale lengtes hieronder, of reken het uit in de calculator.
Spanningsverlies berekenen
Elke kabel heeft weerstand. Er gaat dus spanning verloren tussen de groepenkast en het apparaat, en dat verlies groeit met de lengte en de stroom. Te veel verlies geeft flikkerende lampen, apparaten die slecht starten en warmte in de kabel. De formules:
1-fase: ΔU = 2 × L × I × (ρ × cos φ / S + λ × sin φ)
3-fase (per fase): ΔU = L × I × (ρ × cos φ / S + λ × sin φ)
Gelijkstroom: ΔU = 2 × L × I × ρ / S
In procenten: ΔU% = ΔU / 230 V × 100 (bij gelijkstroom: gedeeld door de gelijkspanning)
L is de enkele lengte in meters, I de stroom in ampère en S de doorsnede in mm². ρ = 0,0225 Ω·mm²/m voor koper op bedrijfstemperatuur en λ = 0,08 mΩ/m. De factor 2 bij 1-fase en gelijkstroom is de terugweg via de nul of de min. Bij 3-fase geldt de formule per fase ten opzichte van 230 V. Dat geeft hetzelfde percentage als √3 × L × I × ρ / S ten opzichte van 400 V (bij cos φ = 1). Voor soepele draad (H07V-K) en solarkabel ligt ρ circa 7,7% hoger.
Rekenvoorbeeld
Een groep van 16 A met YMvK 3x2,5 mm² loopt 25 meter naar de verste wandcontactdoos. Het verlies is 2 × 25 × 16 × 0,0225 / 2,5 = 7,2 V, oftewel 3,1%. Dat blijft binnen de 5% van NEN 1010, maar zit net boven de 3% die we voor een eindgroep aanhouden. Met 4 mm² wordt het 2,0%.
Hoeveel spanningsverlies mag?
NEN 1010 (bepaling 525) staat maximaal 5% toe tussen de oorsprong van de installatie (de meter) en elk aansluitpunt. Bijlage 52.G adviseert bij aansluiting op het openbare net 3% voor verlichting en 5% voor overige toepassingen. Voor zonnepanelen adviseert NPR 5310 maximaal 1%, zodat de omvormer niet afschakelt op een te hoge netspanning. Zit er een onderverdeler tussen, tel het verlies van de voedingskabel dan mee: vul het in bij Spanningsverlies vóór deze kabel in de geavanceerde instellingen.
Maximale kabellengte bij 3% spanningsverlies
Koperen kabel (YMvK), cos φ = 1, enkele lengte in meters. Een streepje betekent dat een kabel in buis die stroom niet mag voeren.
1-fase 230 V
| Stroom | 1,5 mm² | 2,5 mm² | 4 mm² | 6 mm² | 10 mm² | 16 mm² |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 10 A | 23 m | 38 m | 61 m | 92 m | 153 m | 245 m |
| 16 A | 14 m | 23 m | 38 m | 57 m | 95 m | 153 m |
| 20 A | – | 19 m | 30 m | 46 m | 76 m | 122 m |
| 25 A | – | – | 24 m | 36 m | 61 m | 98 m |
| 32 A | – | – | – | 28 m | 47 m | 76 m |
| 40 A | – | – | – | – | 38 m | 61 m |
3-fase 400 V
| Stroom | 2,5 mm² | 4 mm² | 6 mm² | 10 mm² | 16 mm² | 25 mm² |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 16 A | 47 m | 76 m | 115 m | 191 m | 306 m | 479 m |
| 20 A | 38 m | 61 m | 92 m | 153 m | 245 m | 383 m |
| 25 A | – | 49 m | 73 m | 122 m | 196 m | 306 m |
| 32 A | – | – | 57 m | 95 m | 153 m | 239 m |
| 40 A | – | – | – | 76 m | 122 m | 191 m |
| 50 A | – | – | – | – | 98 m | 153 m |
| 63 A | – | – | – | – | – | 121 m |
Maximale kabellengte per installatieautomaat
Bij een kortsluiting aan het eind van de kabel moet de automaat direct, magnetisch afschakelen. Gegarandeerd is dat pas bij 5 × In (B-karakteristiek) of 10 × In (C-karakteristiek). Hoe langer en dunner de kabel, hoe lager die stroom. De tabel geeft de maximale lengte volgens de conventionele methode, voor 1-fase met fase en nul even dik.
| Automaat | 1,5 mm² | 2,5 mm² | 4 mm² | 6 mm² | 10 mm² | 16 mm² |
|---|---|---|---|---|---|---|
| B16 | 75 m | 125 m | 200 m | 300 m | 500 m | 800 m |
| B20 | – | 100 m | 160 m | 240 m | 400 m | 640 m |
| B25 | – | 80 m | 128 m | 192 m | 320 m | 512 m |
| B32 | – | – | 100 m | 150 m | 250 m | 400 m |
| B40 | – | – | – | 120 m | 200 m | 320 m |
| C16 | 37 m | 62 m | 100 m | 150 m | 250 m | 400 m |
| C20 | – | 50 m | 80 m | 120 m | 200 m | 320 m |
| C25 | – | 40 m | 64 m | 96 m | 160 m | 256 m |
| C32 | – | – | 50 m | 75 m | 125 m | 200 m |
| C40 | – | – | – | 60 m | 100 m | 160 m |
Een C-automaat halveert ongeveer de toegestane lengte ten opzichte van B, en bij een hoge netimpedantie nog meer. Bij een streepje mag de kabel op de wand (C) de stroom van de automaat niet voeren. Ken je de netimpedantie (Ze) bij de meter, vul die dan in bij de geavanceerde instellingen: de calculator rekent dan ook met die waarde en neemt de kortste lengte.
Legwijze, warmte en bundeling
Hoe een kabel ligt, bepaalt hoe goed hij zijn warmte kwijt kan. NEN 1010 werkt daarom met referentiemethoden. Deze tabel vertaalt de praktijk naar de keuze Hoe ligt de kabel? in de calculator:
| Situatie | Methode |
|---|---|
| VD-draad in buis op of in de muur, of in een goot met deksel | B1 |
| VD-draad in buis in een thermisch geïsoleerde wand | A1 |
| YMvK in een installatiebuis of in een kabelgoot met deksel | B2 |
| YMvK in een geïsoleerde wand of een geïsoleerd plafond | A2 |
| YMvK met beugels op de wand, ingemetseld of op een open goot zonder perforatie | C |
| Kabel op een geperforeerde kabelgoot of kabelladder | E |
| Kabel in een mantelbuis in de grond | D1 |
| Grondkabel (YMvK-as) direct in de grond | D2 |
Voor een kabel direct in een geïsoleerde wand geeft NEN 1010 methode A1. De calculator gebruikt daar de iets lagere waarden van A2, aan de veilige kant.
Temperatuur
Op een zolder, in een kruipruimte met cv-leidingen of in een warme meterkast kan het 40 °C worden. De toelaatbare stroom gaat dan met 13% omlaag. Onder 30 °C rekent de calculator met factor 1,00.
| Omgevingstemperatuur | 30 °C | 35 °C | 40 °C | 45 °C | 50 °C | 55 °C |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Factor (70 °C) | 1,00 | 0,94 | 0,87 | 0,79 | 0,71 | 0,61 |
| Factor (90 °C, XLPE) | 1,00 | 0,96 | 0,91 | 0,87 | 0,82 | 0,76 |
Meerdere kabels samen
Liggen er drie groepen in één buis, dan mag elke groep nog maar 70% van de tabelwaarde voeren. Een groep van 2,5 mm² draad in buis (24 A) houdt dan 16,8 A over: genoeg voor 16 A, niet voor 20 A.
| Aantal stroomkringen | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 9 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gebundeld of in één buis | 1,00 | 0,80 | 0,70 | 0,65 | 0,60 | 0,57 | 0,50 | 0,45 |
| Naast elkaar op de wand | 1,00 | 0,85 | 0,79 | 0,75 | 0,73 | 0,72 | 0,70 | 0,70 |
Kabeldikte per toepassing
Uitkomsten van de calculator voor veelvoorkomende toepassingen, bij 3% spanningsverlies (1% voor PV-omvormers), één stroomkring en 30 °C (20 °C in de grond). Waar de fabrikant een minimale doorsnede voorschrijft, of bij wandcontactdozen (2,5 mm²), rekent de calculator daar minimaal mee. Kies in de calculator de toepassing bij Wat sluit je aan? om met je eigen lengte en situatie te rekenen.
| Toepassing | Beveiliging | Kabel en legwijze | 10 m | 25 m | 50 m |
|---|---|---|---|---|---|
| Groep wandcontactdozen | B16 | VD in buis | 2,5 mm² | 4 mm² | 6 mm² |
| Laadpaal 3,7 kW (1-fase) | C20 | YMvK-as in de grond | 4 mm² | 4 mm² | 6 mm² |
| Laadpaal 7,4 kW (1-fase) | B40 | YMvK-as in de grond | 6 mm² | 6 mm² | 16 mm² |
| Laadpaal 11 kW (3-fase) | 3x C20 | YMvK-as in de grond | 4 mm² | 4 mm² | 4 mm² |
| Laadpaal 22 kW (3-fase) | 3x B40 | YMvK-as in de grond | 6 mm² | 6 mm² | 6 mm² |
| Warmtepomp 1-fase | C16 | YMvK op de wand | 1,5 mm² | 2,5 mm² | 6 mm² |
| Warmtepomp 3-fase | 3x C16 | YMvK op de wand | 1,5 mm² | 1,5 mm² | 2,5 mm² |
| Inductie perilex (per fase) | B16 | VD in buis | 2,5 mm² | 4 mm² | 6 mm² |
| PV-omvormer 3,68 kW | B16 | YMvK op de wand | 4 mm² | 10 mm² | 16 mm² |
| PV-omvormer 10 kW (3-fase) | 3x B20 | YMvK op de wand | 2,5 mm² | 4 mm² | 10 mm² |
| Thuisbatterij 10 kW (3-fase, laadt uit net) | 3x C32 | YMvK in buis | 6 mm² | 6 mm² | 6 mm² |
| Tuinhuis of schuur (1-fase) | B16 | YMvK-as in de grond | 2,5 mm² | 2,5 mm² | 6 mm² |
| Onderverdeler 3x25 A | 3x C25 | YMvK-as in de grond | 4 mm² | 4 mm² | 4 mm² |
Bij een groep wandcontactdozen rekenen we met de volle 16 A op de verste doos, het ongunstigste geval. Komt de uitkomst boven 2,5 mm², splits de groep dan liever.
- Laadpaal: kijk naar de maximale klemmaat van de laadpaal (een Zaptec Go neemt maximaal 6 mm²) en kies de juiste aardlekbeveiliging: type A of type B bij laadpaal en zonnepanelen. Twijfel je tussen modellen, lees dan Zaptec Go 2 of Pro: wat heb je nodig. Op een 3x25 A-aansluiting voorkom je overbelasting met een laadpaal met load balancing.
- Warmtepomp en airco: een eigen groep, met een werkschakelaar bij de buitenunit.
- Thuisbatterij: laadt de batterij ook uit het net, reken dan met de maximale ingangsstroom van de omvormer, niet met het nominale vermogen. In de tabel is dat 30,3 A (Sofar ESI-10K). Meer in thuisbatterij: wat heeft je installateur nodig.
- Krachtstroom: lees ook welke aardlekbeveiliging je nodig hebt voor krachtstroom, en of de extra groep nog in je groepenkast past.
- Laadplein: meerdere laadpunten op één streng reken je anders. Zie een laadplein met vlakbandkabel dimensioneren.
YMvK, XMvK, grondkabel of VD-draad
YMvK is de standaard installatiekabel voor binnen en voor buiten boven de grond, op de wand of in buis. Moderne YMvK heeft vaak XLPE-isolatie die 90 °C aankan, maar zolang je op automaten en klemmen aansluit, reken je met 70 °C. Bekijk onze installatiekabels, zoals YMvK 5x6 mm² op een ring van 100 meter voor een 3-fase laadpaal of onderverdeler.
XMvK, XVB en XGB hebben ook XLPE-isolatie. XGB is halogeenvrij, voor ruimtes waar weinig rook mag ontstaan bij brand. De letters Cca, Dca en Eca in de productnamen zijn de brandklasse volgens de CPR, niet het geleidermateriaal: al deze kabels hebben koperen aders.
YMvK-as is grondkabel met een koperen scherm dat dienstdoet als aarde. Daarom volstaan voor 1-fase 2 aders (bijvoorbeeld 2x2,5 mm²-as) en voor 3-fase met nul 4 aders. Vanaf 25 mm² is het scherm dunner dan de fase; de calculator houdt daar rekening mee bij de uitschakeling. Over aanleg, diepte en mantelbuizen lees je meer in onze keuzehulp voor grondkabels en in alles over mantelbuizen. Bekijk ook onze grondkabels.
VD-installatiedraad (H07V-U of H07V-K) bestaat uit losse aders die je in een installatiebuis trekt. Kies in de calculator VD-installatiedraad met legwijze B1. Bekijk onze installatiedraad.
Solarkabel H1Z2Z2-K is voor de gelijkstroomkant van zonnepanelen, van paneel naar omvormer. Bekijk onze solarkabels.
Kabeldikte bij 12, 24 en 48 volt
Bij lage spanning is het spanningsverlies bijna altijd bepalend: 1 volt verlies is bij 12 V al ruim 8%. Kies in de calculator Gelijkstroom en vul de spanning in. De tabellen geven de maximale enkele lengte bij 3% verlies, met soepele koperen aders en een smeltzekering. Een streepje: de draad (in buis) is te dun voor de zekering die bij die stroom hoort. Bij 48 V is de maximale lengte bij dezelfde stroom twee keer zo groot als bij 24 V.
12 volt
| Stroom | 2,5 mm² | 4 mm² | 6 mm² | 10 mm² | 16 mm² | 25 mm² | 35 mm² |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 5 A | 3,7 m | 5,9 m | 8,9 m | 15 m | 24 m | 37 m | 52 m |
| 10 A | 1,8 m | 2,9 m | 4,4 m | 7,4 m | 12 m | 19 m | 26 m |
| 20 A | 0,9 m | 1,4 m | 2,2 m | 3,7 m | 5,9 m | 9,2 m | 13 m |
| 30 A | – | – | 1,4 m | 2,4 m | 3,9 m | 6,1 m | 8,6 m |
| 50 A | – | – | – | 1,4 m | 2,3 m | 3,7 m | 5,1 m |
| 100 A | – | – | – | – | – | – | 2,5 m |
24 volt
| Stroom | 2,5 mm² | 4 mm² | 6 mm² | 10 mm² | 16 mm² | 25 mm² | 35 mm² |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 5 A | 7,4 m | 12 m | 18 m | 30 m | 48 m | 74 m | 104 m |
| 10 A | 3,7 m | 5,9 m | 8,9 m | 15 m | 24 m | 37 m | 52 m |
| 20 A | 1,8 m | 2,9 m | 4,4 m | 7,4 m | 12 m | 19 m | 26 m |
| 30 A | – | – | 2,9 m | 4,9 m | 7,9 m | 12 m | 17 m |
| 50 A | – | – | – | 2,9 m | 4,7 m | 7,4 m | 10 m |
| 100 A | – | – | – | – | – | – | 5,1 m |
Waar het bij kabeldikte vaak misgaat
- Alleen naar spanningsverlies kijken. Bij korte kabels is opwarming bepalend: 63 A over 5 meter vraagt 3-fase op de wand 16 mm², niet 2,5 mm².
- Met 90 °C rekenen terwijl de kabel op 70 °C-klemmen eindigt. Dat geeft 15 tot 35% te veel stroom, bij kabels in buis meestal ruim 30%.
- Een automaat kiezen die zwaarder is dan de kabel. De automaat beschermt de kabel, dus In mag nooit groter zijn dan Iz. Bij een smeltpatroon (gG) hoort er zelfs ruim 10% marge tussen.
- 3-fase rekenen als 1-fase. Bij 3-fase is het spanningsverlies per fase de helft van een 1-fase groep met dezelfde stroom, omdat er geen terugweg via de nul is.
- De weerstand bij 20 °C gebruiken. Met 0,0175 in plaats van 0,0225 Ω·mm²/m valt het spanningsverlies ruim 20% te laag uit.
- Bundeling en temperatuur vergeten. Drie groepen in één buis kosten 30% stroombelastbaarheid, een zolder van 40 °C nog eens 13%.
- De lengte heen en terug invullen. Vul de enkele lengte in; de formule telt de terugweg al mee.
- Gewone YMvK direct ingraven. In de grond gebruik je YMvK-as, of een kabel in een mantelbuis.
Waar de getallen vandaan komen
De calculator rekent met de tabellen en bepalingen uit NEN 1010 (bijlage 52.B en 52.G, bepalingen 411, 433, 523 en 525), gebaseerd op IEC 60364-4-41, IEC 60364-4-43 en IEC 60364-5-52. Alle kopertabelwaarden zijn naast een tweede, onafhankelijke bron gelegd, onder meer BS 7671 en de Electrical Installation Guide van Schneider Electric. De toepassingen zijn gebaseerd op installatiehandleidingen van onder meer Alfen, Zaptec, Easee, Vaillant, Intergas en Sofar, en op de aansluitvoorwaarden van Liander.
De uitkomst is een indicatie voor koperen kabels. De installateur blijft verantwoordelijk voor het ontwerp, de aanleg en de keuring, en de eisen van de fabrikant van het apparaat gaan altijd voor.
Versie 1.0, oktober 2026. Vragen, of denk je dat er iets niet klopt? Bel ons technische team op 030 369 0769 of mail naar info@mavafoqus.com.
Veelgestelde vragen over kabeldikte
De vragen die we het vaakst krijgen over kabeldikte.
Dat hangt af van de stroom, de beveiliging, de lengte en hoe de kabel ligt. Voor een gewone groep van 16 A in een woning is 2,5 mm² de standaard. Een laadpaal van 11 kW op een 3x20 A-groep zou volgens de norm in de grond met 2,5 mm² tot ruim 45 meter kunnen, maar Alfen schrijft minimaal 4 mm² voor; dat is ook de dunste 4-aderige grondkabel die we leveren. Voor 22 kW op 3x40 A is 6 mm² nodig, tot ruim 55 meter. Vul je eigen situatie in de calculator in voor de uitkomst die bij jouw installatie past.
Voor koper met PVC-waarden (70 °C geleidertemperatuur), 30 °C omgeving en één groep, 1-fase: 1,5 mm² mag 17,5 A voeren als draad in buis en 19,5 A als kabel op de wand. Voor 2,5 mm² is dat 24 en 27 A, voor 4 mm² 32 en 36 A. De automaat mag daar niet boven komen: 16 A op 1,5 mm², 20 A (in buis) of 25 A (op de wand) op 2,5 mm² en 32 A op 4 mm².
Alleen gekeken naar opwarming en voor één groep: 1-fase draad in buis vraagt 1,5 mm² bij 16 A, 4 mm² bij 25 en 32 A en 16 mm² bij 63 A. Een 3-fase kabel in buis vraagt 2,5 mm² bij 16 A, 4 mm² bij 25 A, 6 mm² bij 32 A en 25 mm² bij 63 A. Voor groepen met wandcontactdozen houden we minimaal 2,5 mm² aan, en bij langere kabels kan het spanningsverlies een maat dikker vragen.
Als 1-fase draad in buis mag er een automaat van 20 A op: 4,6 kW bij 230 V. Op de wand is dat 25 A, oftewel 5,8 kW. Een 3-fase kabel van 5x2,5 mm² in buis mag 20 A per fase voeren: 13,9 kW bij 400 V.
Maximaal 5% tussen de meter en elk aansluitpunt (bepaling 525). Bij aansluiting op het openbare net adviseert NEN 1010 maximaal 3% voor verlichting. Voor een eindgroep houden we 3% aan, zodat er marge blijft voor de bedrading in de meterkast en een eventuele onderverdeler.
Nee. Vul de enkele lengte in, van de groepenkast naar het apparaat. Bij 1-fase en gelijkstroom rekent de formule de terugweg via de nul of de min zelf mee.
Kabel en beveiliging in één keer bestellen
YMvK, YMvK-as, installatiedraad en de automaten die erbij horen haal je bij ons in Utrecht of laat je bezorgen. Twijfel je over je berekening? Bel onze specialisten op 030 369 0769, dan rekenen we met je mee.